Mailkat
M.Haemofelis

Mycoplasma
Toen Mycoplasma’s ontdekt werden zijn ze in eerste instantie ingedeeld bij de virussen omdat ze zeer klein zijn (0,1-0,3 micron). Bij nader onderzoek bleek het niet om virussen maar om bacteriŽn te gaan. Wel een speciale bacterie want in tegenstelling tot de “normale” bacteriŽn hebben ze geen celwand en kunnen daardoor verschillende vormen aannemen. Mycoplasma’s gebruiken een lichaamseigen cel als gastheer en gedragen zich daarin of daarop als een parasiet. Ze vermenigvuldigen zich dan, maar groeien langzaam en verhoudingsgewijs worden ze ook niet groot. Ze zijn in staat om zich goed te verstoppen en door het wijzigen van hun oppervlak het immuunsysteem van de gastheer te misleiden. Mycoplasma’s kunnen bij het verlaten van een cel delen van het celmembraan meenemen wat een afweerreactie van het lichaam in gang kan zetten: het immuunsysteem valt het mycoplasma aan, maar doordat een deel van het lichaamseigen celmembraan is meegenomen valt het ook de gastheer aan wat in feite een auto-immuunreactie is. De bacterie kan overal in het lichaam circuleren en kan overal komen waar witte bloedlichaampjes kunnen komen. Mycoplasma’s overleven lang, zelfs bij een goede immuniteit. Doordat ze een celwand missen zijn ze in een laboratorium buitengewoon moeilijk te kweken en zijn ze onder een microscoop vaak niet zichtbaar. Bij de mens is de bekendste ziekteverwekker van deze bacterie Mycoplasma Pneumoniae, wat – zeer algemeen – luchtweginfecties en longontsteking kan veroorzaken. Overigens bestaan er vele soorten mycoplasma’s en zijn de meeste geen ziekteverwekkers.

Mycoplasma Haemofelis
Mycoplasma Haemofelis is sinds 2001 de naam voor wat vroeger bekend stond als Feliene Infectieuze Anemie of Hemobartonellosis. Mycoplasma is hierboven uitgelegd. “Haemo” is een voorvoegsel dat naar bloed verwijst. Felis verwijst naar een geslachtsnaam van katachtigen waaronder de huiskat. Mycoplasma Haemofelis is een mycoplasma dat op rode bloedcellen van katten parasiteert. Er zijn bij katten drie soorten hemoplasmen bekend: 1) Mycoplasma Haemofelis, 2) Candidatus Mycplasma Haemominutum en 3) Candidatus Mycoplasma Turicensis. Alle drie komen wereldwijd voor. De eerstgenoemde is de grootste ziekteverwekker en daarmee de
Mycoplasma haemofelis

Op dit plaatje zie je een aantal rode bloedcellen. De kleine puntjes op de rode bloedcellen zijn mycoplasma’s die zich aan het oppervlak van de rode bloedcel hebben vastgezet. De blauwe cel is een wit bloedlichaampje.

gevaarlijkste. Bij Mycoplasma Haemofelis bindt het mycoplasma zich aan het oppervlak van rode bloedlichaampjes, soms ťťn alleen, soms met meerdere tegelijk. De bacterie gaat niet de cel binnen maar blijft op het oppervlak. Die hechting op het oppervlak veroorzaakt een beschadiging waardoor de levensduur van het rode bloedlichaam verkort wordt. Het lichaam maakt antistoffen waarmee de rode bloedlichaampjes worden gemarkeerd, aangevallen en uiteindelijk worden afgebroken in de milt. Vermoedelijk worden ook de cellen afgebroken die geen mycoplasma meer dragen, maar die wel veranderd zijn aan de oppervlakte door het contact met de mycoplasma. Als veel cellen de parasiet dragen of hebben gedragen, dan worden veel bloedcellen vernietigd en kan de kat bloedarmoede krijgen. Katten willen dan niet meer eten, raken gewicht kwijt, en zijn zichtbaar zwak. Soms ontstaat een vergrote milt of een hartruis. Sommige katten krijgen koorts, zelfs zeer hoge terugkerende koorts op het moment dat er veel bloedafbraak is. Zonder therapie overlijdt 1/3 van de katten aan de ziekte.

Het ziektebeeld kent verschillende fasen, als ze althans allemaal doorlopen worden.
De 1e fase is de besmetting die zonder ziekteverschijnselen twee tot drie weken kan duren
In de 2e fase worden de cellen aangevallen en treedt o.a. bloedarmoede op. Deze fase duurt 2-4 weken.
In de 3e fase wordt de hoeveelheid rode bloedlichaampjes weer hersteld.
In de laatste fase wordt de kat drager van het mycoplasma, maar is de bacterie niet meer ziekmakend. Dat kan overigens veranderen op het moment dat stress of andere ziekten ontstaan waardoor de afweer verzwakt is.

Overdracht
Hoe katten de ziekte oplopen is nog onbekend. Het vermoeden bestaat dat vlooien een oorzaak vormen en dat - gezien het feit dat het vaak wat oudere mannelijke dieren zijn die de ziekte oplopen - vechten een manier van overdracht is. Overdracht via speeksel en urine is zeer onwaarschijnlijk. Gezonde katten die lange tijd samen zijn met besmette katten lopen in normale omstandigheden geen verhoogd risico. Dit komt overeen met mijn eigen ervaringen waarin ik Zorro voortdurend in contact had met mijn twee andere - gezonde - katten. Ze gingen goed met elkaar om, sliepen samen, likten elkaar en gebruikten dezelfde bak. Zorro was geen vechterbaas, maar volgens de eigenaresse van het pension waarin hij zes weken was ondergebracht, was het wel een beetje een baasje dat het leuk vond om nieuwsgierig naar nieuw binnengebrachte katten te gaan, waardoor hij wel eens een haal opliep omdat die aandacht lang niet altijd op prijs werd gesteld. Overigens is de ziekte geen zoŲnose. Er vindt geen overdracht plaats van dier naar mens, in tegenstelling tot de ziekte Bartonella Henselae (kattenkrabziekte) wat wel een zoŲnose is. Mensen verwarren de laatstgenoemde ziekte wel eens met Hemobartonellosis wat de oude naam is voor de Mycoplasma-infectie.

Diagnose
De ziekte komt, zoals eerder gezegd, in Nederland niet veel voor. Dierenartsen zijn dan ook niet meteen op deze ziekte bedacht. Het is belangrijk om – vanzelfsprekend bij een kat met hoge koorts, maar ook bij katten die lusteloos zijn, weinig eten en bleek tandvlees hebben – snel bloedonderzoek te doen. Als dat een duidelijke bloedarmoede oplevert moet rap doorgezocht worden, waar die bloedarmoede vandaan komt. Als er beperkt bloedarmoede is, maar hoge koorts zoals die zich voordeed bij Zorro, moet uiteraard ook doorgezocht worden. In eerste instantie zal microscopisch onderzoek worden verricht, zullen standaard bloed- en urinetesten worden uitgevoerd, en wat foto’s worden gemaakt. Koorts met onbekende oorzaak is voor een arts moeilijk te duiden. Er is een overzicht van ziekten bij katten die koorts veroorzaken (zie de koortspagina). In het geval van Zorro was al duidelijk dat het niet om een gewone koorts ging, maar om een terugkerende koorts waar je bijna de klok op gelijk kon zetten. Dat is een beeld dat sterk doet denken aan ziekten die met bloedafbraak te maken hebben. Daarmee is de richting al wat ingeperkt. Op basis van die verschijnselen had ik zelf binnen 14 dagen door onderzoek op internet alle ziekten bij de kat in kaart gebracht die dat konden veroorzaken, inclusief Mycoplasma Haemofelis. Ik hield vijf mogelijke ziekten over die ik met mijn dierenarts besprak. Daar bleven er uiteindelijk twee van staan, waaronder de mycoplasma-infectie. In het verdere onderzoek heb ik dan ook herhaaldelijk gevraagd daarnaar te kijken. Het middel dat ingezet moet worden is een PCR-test (Polymerase Chain Reaction). Alleen daarmee kan de mycoplasma-infectie met zekerheid worden uitgesloten of worden aangetoond. Alle andere testen zijn onbetrouwbaar.

Medicijnen
Geen enkel medicijn kan de ziekte volledig laten verdwijnen, althans niet op dit moment (2009). Het inzetten van een van de antibiotica Doxycycline, Enroflaxacine of Marbofloxacine voor de duur van ongeveer een maand, kan de ziekte wel sterk inperken. Immidocarb dat bij Zorro nog gebruikt is, is nu omstreden. Prednison wordt ingezet als er een groot risico van afbraak van lichaamseigen cellen bestaat. In het verhaal van Zorro kan je lezen dat zowel artsen als ik moeite hadden met het gebruik van de Prednison omdat je de bacterie uiteraard geen vrij spel wil geven. Maar ja… soms valt er weinig te kiezen.

Bij ernstige bloedarmoede kan ook nog een bloedtransfusie worden overwogen. Die vraag heeft bij Zorro ook op tafel gelegen, maar de bloedarmoede was daar steeds net niet ernstig genoeg voor.