Mailkat
Terugblik

Zoals ik in eerdere pagina’s van dit onderdeel van mijn site heb aangegeven, zullen weinig mensen het verhaal wat ik geschreven heb over de ziekte Mycoplasma Haemofelis lezen, simpelweg omdat het in Nederland weinig voorkomt. Maar als er maar één eigenaar van een dier zou zijn die met de informatie geholpen is, zou dit verhaal niet voor niets geschreven zijn. Het half jaar dat de ziekte duurde was zwaar. Het is heftig om elke drie/vier dagen geconfronteerd te worden met een beestje dat niet meer kan staan, dat met zijn bek open ligt te hijgen van de koorts, waar je urenlang voorzichtig pootjes en buikje met alcohol probeert te koelen om te voorkomen dat de extreem hoge koorts verder oploopt, waar je zelf benauwd van wordt omdat je niet weet waar het stopt maar wel weet dat als het nog verder doorgaat, organen kunnen gaan uitvallen. Als je ondertussen ook lange tijd niet weet waar die koorts vandaan komt, niet weet welke ziekte bestreden moet worden, dan kan je ook geen beslissingen nemen of je al dan niet door moet gaan de kat door die koortspieken te slepen. De dagen dat Zorro geen koorts had, leek hij zich goed te voelen en merkte je niets aan hem. Dat maakte het allemaal extra verwarrend.

Iedere situatie is anders, maar uit elk verhaal is ook iets te leren. Daarom geef ik hieronder toch nog wat tips aan diereigenaren die tobben met – mogelijk – dezelfde ziekte bij hun kat als Zorro had.

  • Hou een dagboek en zonodig een koortsstatistiek bij van de kat. Schrijf daarin op wanneer hij wat eet, hoe vaak hij drinkt, of en hoe vaak hij op zijn bak gaat, of zijn ontlasting goed is, of hij levendig of lusteloos is, en alle andere verschijnselen die er mogelijk toe doen.
    Kooi klein
  • Leg de kat apart zodat hij rust heeft en geen andere katten bovenop hem gaan liggen. Ik had zelf het probleem dat ik een huis heb waarin, behalve de voordeur, geen deuren zijn. Ik kocht een meer dan twee meter lange inklapbare kooi voor Zorro waarin een ruime mand kon staan, zijn eet en drinkbak en met een goede ombouw de bak met grit. Dat gaf de mogelijkheid om hem te laten rusten terwijl hij kon volgen wat er om hem heen gebeurde, zonder dat andere katten bij hem konden. Op de momenten dat de koorts extreme vormen aannam, legde ik hem op mijn eigen bed op de koele lakens, en depte zijn pootjes en buik met alcohol terwijl ik hem af en toe kleine beetjes water gaf in een spuitje.
  • Zorg dat je een dierenarts hebt die je vertrouwt. Iemand die niet alleen technisch goed is, maar die ook goed naar jou kan luisteren en die bereid is om informatie op een volwassen manier te delen en je zo volledig mogelijk te informeren. Ga niet zelf op de stoel van de dierenarts zitten. Die mensen hebben doorgeleerd in hun vak en wat voor een leek een los verschijnsel is, kan de dierenarts in relatie tot andere verschijnselen zetten. Anderzijds maak jij, en niet de dierenarts, het beestje de hele dag mee. Jij ziet afwijkingen in gedrag, afwijkingen in eten, afwijkingen in ontlasting etc. Het is die gezamenlijke kennis die mede tot een goede diagnose kan leiden.
  • Zoek op internet naar de verschijnselen die je kat heeft, zonder daar meteen conclusies aan te verbinden. Verschijnselen kunnen tenslotte aan allerlei ziekten worden toegewezen. Wees ook kritisch. Niet alles wat op internet staat klopt en informatie van mensen die een autoriteit op hun gebied zijn, hebben meer waarde dan wat losse opmerkingen in een nieuwsgroep (hoe zinvol sommige nieuwsgroepen in dit verband ook zijn). De kennis die je opdoet, kan je gebruiken om het gesprek met de artsen beter aan te gaan en gerichte vragen te stellen. Als je denkt dat het Mycoplasma Haemofelis kan zijn, vraag de arts dan om een PCR-test. De kans dat de kat het heeft is klein, maar als je het kan uitsluiten ben je ook al een stap verder.
  • Vraag zonodig een doorverwijzing naar een specialist. Er zijn in Nederland tegenwoordig talloze goede specialisten die vergaande onderzoeken kunnen doen. Zorg wel dat je in een kliniek terecht komt waar meerdere specialisten zitten, zodat bij ziekte of vakantie van de arts een ander de zaak kan overnemen. Let er op dat je de specialist zelf spreekt en niet iemand die in opleiding is of stage loopt. Je hebt bij zo’n ziekte iemand met ruime praktijkervaring nodig.
  • Hou zorgvuldig een dossier bij. Vraag een afschrift van de uitslag van iedere laboratoriumtest (jij betaalt er tenslotte voor) en berg die goed op, zowel op papier als digitaal. Mocht er nog een andere specialist aan te pas moeten komen, dan heb je altijd een compleet dossier. Vraag een specialist ook een (digitale) kopie van alle brieven die hij/zij naar anderen verstuurt over jouw kat. In Utrecht kreeg ik ook keurig brieven mee, maar kwam ik er later achter dat mijn dierenarts een technischer en meer gedetailleerd verslag kreeg. Goed bedoeld om de zaak aan de leek in lekentaal uit te leggen en de dierenarts in vaktaal. Maar ik wil dat niet. Ik wil niet dat een ander voor mij bepaalt wat ik – vermoedelijk - wel of niet kan lezen. Dus vraag ook de technische informatie op.
  • Als je het gevoel hebt niet serieus genomen te worden door een arts, ga dan naar een andere arts. Je hebt te weinig tijd bij een ernstig ziek dier om een gevecht met de dierenarts aan te gaan. Veel ziekten blijven zich ontwikkelen tenslotte en hoe later je erbij bent, hoe moeilijker de behandeling wordt. Google op dierenklinieken in de buurt en kijk wat ze doen. Leer van wat er fout is gegaan bij de vorige arts en breng vriendelijk doch beslist ter sprake bij de nieuwe arts wat je in ieder geval niet wil en wat je verwacht. De arts kan je kat misschien niet beter maken, maar je mag wel verwachten dat je als een team werkt – ieder met een eigen verantwoordelijkheid – om het maximale te doen voor het welzijn van het dier.

2 Zorro

Zorro heeft het tegen de ziekte moeten afleggen en is er niet meer. Ik kan hem echter moeiteloos voor me zien. Ik zie hoe hij zich op z’n rug draait in zijn mandje als ik aan kom lopen in de hoop dat ik ‘m over zijn buik aai, ik zie hoe hij meteen na het eten naar me toe rent en languit bij me gaat liggen, snorrend van genoegen, ik zie ‘m hevig miauwend voor me uit lopen als hij weet dat ik eten voor hem klaar ga maken, ik zie ‘m op het espresso-apparaat zitten dat net heeft aangestaan en dat lekker warm is, ik zie hem met zijn pootjes in het water van zijn waterbak slaan tot al het water ernaast ligt, ik zie hem met zijn neus de deksel van de pot met brokken eraf duwen en zijn kopje er diep in steken, ik zie ‘m ravotten met Masha en Bibi en zijn speeltjes in de lucht gooien, ik zie ‘m nog op zoveel plaatsen. Zorro is er niet meer, maar hij is nog lang niet weg.