Mailkat
Zorro's ziekte

In juni 2007 heb ik mijn kat Zorro, die op dat moment 7 jaar was, laten inslapen. Zorro was een half jaar eerder ziek geworden en bleek de ziekte Mycoplasma Haemofelis te hebben. Lange tijd was onduidelijk dat hij deze ziekte had. Het enige verschijnsel was dat hij elke drie tot vier dagen hoge koorts kreeg. Ik heb met een hele stoet dierenartsen gesproken (overigens komen dierenartsen in de eerste lijn zelden met deze ziekte in aanraking) en zeer veel medicijnen toegediend, in de hoop dat Zorro beter zou worden. Ik zocht eindeloos op internet naar de verschijnselen en later – toen duidelijk was wat hij had – naar de ziekte. Wie echter in maart 2007 op Mycoplasma Haemofelis zocht, vond slechts één document in de Nederlandse taal nl. het formulier van het Duitse Vetmedlab, dat een Nederlandse vertegenwoordiging heeft en waar veel Nederlandse dierenartsen mee werken. De vroegere naam Haemobartonella leverde in dezelfde tijd 12 documenten op, die weinig specifieke en soms verouderde informatie gaven. In de Engelse taal vond ik wel wat documenten maar ik vond geen andere eigenaar van een dier dat de ziekte had gehad. Het is echter onwaarschijnlijk dat er niet meer mensen rondlopen met katten die aan deze ziekte lijden en het is zeker dat er anderen zullen komen die met de problemen geconfronteerd zullen worden die de mijne zijn geweest. Voor die mensen heb ik hier de ziektegeschiedenis beschreven, overigens met de aantekening dat het verloop doorgaans milder is. Niet ieder dier gaat er zo snel aan onderdoor als Zorro. Afhankelijk van de conditie van de kat, eventuele andere ziekten die aanwezig zijn en de tijdige ontdekking kan medicijngebruik het leven aanzienlijk rekken.

Ik beschrijf op deze en de volgende pagina’s Mycoplasma Haemofelis langs drie lijnen: 1) het ziekteverloop bij Zorro; 2) de aard van de ziekte Mycoplasma Haemofelis, 3) het eerste en lange tijd enige verschijnsel waar ik mee geconfronteerd werd: zeer hoge koorts en tenslotte 4) blik ik terug en geef ik wat tips.


HET ZIEKTEVERLOOP
Op 6 december 2006 kreeg Zorro koorts. Zorro had eten gehad toen ik om ca. 19.00 uur thuis was gekomen. Hij kreeg al enkele weken extra voeding omdat hij ineens zo mager was geworden. Ik was een maand eerder teruggekomen van een reis van zes weken door Japan en Zorro was samen met mijn andere katten in die periode in het pension geweest waar hij al jaren kwam. Een goed pension waar veel aandacht aan de kat wordt
21 Zorro klein
geschonken, waar katten uitstekend eten krijgen, waar leuke speeltjes zijn en een heerlijke buitenren aanwezig is. Ik had niets bijzonders gezien toen ik hem ophaalde, maar na een weekje zag ik ineens dat hij wat afgevallen was. Ik vermoedde dat het iets te maken had met de overgang van het pension naar huis en probeerde met calorierijk voer zijn gewicht enigszins te verhogen. Hij leek verder gezond te zijn, hij was speels en als gebruikelijk zeer aanwezig. Tot de 6e december. Na het eten viel hij in slaap op de bank en ging ik achter mijn bureau zitten om wat te werken. Om ca. 9 uur liep ik de kamer in waar hij lag te slapen en in een fractie van een seconde zag ik dat er iets mis was. Hij keek niet zoals gebruikelijk op, maar bleef vermoeid liggen. Ik ging bij hem zitten en aaide over zijn kopje. Hij keek me aan terwijl het derde ooglid dat katten hebben, de helft van zijn ogen bedekte. Ik pakte de thermometer en nam z’n temperatuur op: 40,5. Onmiddellijk belde ik de spoedkliniek voor dieren in Amsterdam en stapte met Zorro in een taxi. In de spoedkliniek werd een röntgenfoto van hem gemaakt en werd een bloedonderzoek gedaan. Dat leverde echter niets op, waarna besloten werd hem op te nemen zodat de internist hem de volgende dag zou kunnen zien. De internist maakte de volgende dag een echo van hem waarop ook geen zichtbare afwijkingen te zien waren. Hij werd daarop symptomatisch behandeld met een antibioticum (Synolux) en aan het infuus gelegd. Aangezien hij goed leek te reageren op de medicijnen kon ik hem op 8 december ophalen. Op 12 december had ik contact met de internist over de resultaten van het bloedonderzoek. Daarin werd aangegeven dat het klinisch beeld suggestief was voor bacteriële cholangitis. Zorro liep intussen weer ogenschijnlijk gezond rond.

In de ochtend van 14 december zag ik dat Zorro weer ziek was. Ik heb zijn temperatuur opgenomen en hij bleek 40.8 te hebben. Ik ben naar mijn eigen dierenarts gegaan die, na het hele proces in de spoedkliniek nog te zijn nagelopen, hem Primperid, Tolfedine en Baytril gaf. Ik kreeg extra Baytril mee om 1 x per dag een half tabletje te geven naast de Synolux. Ook nu leek het weer goed te gaan. Hij at een paar dagen normaal en was vrolijk.

Op zondagochtend 17 december zag ik dat Zorro erg ziek was. Zijn ogen draaiden steeds weg, en hij leek uitgeput. Ik nam weer temperatuur op en hij had nu 41.2. Ik repte mij weer met hem naar de spoedkliniek waar ze hem alleen symptomatisch konden behandelen. Hij kreeg een injectie om de koorts te verlagen en ik kreeg medicijnen mee die de temperatuur laag moesten houden. Elke avond kreeg Zorro ¾ tablet Ketofen 5 mg, naast de andere medicatie. Ook nu weer knapte Zorro ogenschijnlijk goed op. Hij at weer normaal en was vrolijk.
41 Zorro

Inmiddels had ik me door mijn dierenarts laten doorverwijzen naar Diergeneeskunde in Utrecht waar ik op 20 december voor het eerst kwam. De specialist vond vooralsnog geen afwijkingen bij hem, maar gaf enige dagen later telefonisch aan dat hij vermoedde dat Zorro pancreatitis had. Bloed van Zorro werd opgestuurd naar de VS waar een test kon worden uitgevoerd om de diagnose te stellen (die later niets bleek te hebben opgeleverd).

Op 25 december is het weer mis en wordt Zorro opgenomen in Utrecht met 41.1 koorts. In de loop van die dag zakt de koorts om op 28 december opnieuw op te komen. Op 29 december wordt hij ontslagen uit de kliniek en krijgt hij een ander antibioticum mee dan hij tot dan toe had (Metronidazol). Tevens krijgt hij Zymoral (alvleesklierpoeder) en Metacam tegen de koorts. Op 1 januari krijgt Zorro weer een koortsaanval en zit ik weer in de spoedkliniek. Zorro krijgt nu Temgesic.

Op 5 januari wordt Zorro weer opgenomen in Utrecht, nu met 41,6. In de daarop volgende zes dagen vinden veel onderzoeken plaats. Zorro krijgt in de kliniek op 9 januari weer een nieuwe koortsaanval. Op 11 januari haal ik hem weer op. In de brief die ik mee krijg wordt aangegeven dat sprake is van lichte bloedarmoede, verhoogde alpha- en gammaglobulines (antilichamen), normale lever- en nierwaarden, geen afwijkende bloedstolling, geen bloedparasieten (sic!), geen toxoplasma, geen afwijkende schildklierwaarde. Bij een gemaakte echo van het hart viel een wat verdikte wand van de linkerkamer op. Klepafwijkingen waren echter niet zichtbaar. De lever was normaal, de milt die er verder wel normaal uitzag, was wat vergroot, de nieren bleken verschillend in grootte te zijn, de bijnieren waren niet afwijkend, er werden geen afwijkingen aan de blaas gezien noch aanwijzingen voor vrij vocht in de buikholte. Ook afwijkingen aan de alvleesklier werden niet gevonden. Urineonderzoek had eveneens niets opgeleverd, de gal was normaal en ook de biopten van lever en milt lieten niets abnormaals zien. Voorzien van Doxycycline kon hij naar huis. Er werd bijgezegd dat als Zorro niettemin toch weer een koortsaanval zou krijgen, overgegaan moest worden op Prednison. Op 11 januari krijgt Zorro die nieuwe koortsaanval. Aangezien hij dan pas 1 dag op Doxycyline staat – wat te kort is om al aan te slaan – ga ik de dagen daarna strak door met het antibioticum. Op 16 januari treedt de volgende koortsaanval op: 41.4. Op die dag krijgt hij voor het eerst Prednoral en wordt de Doxycycline stopgezet. Op 18 januari wordt in het bloed dat onderzocht is in Utrecht een Staphylococ gevonden. Het vermoeden bestaat echter dat het een contaminant is, maar om het zekere voor het onzekere te nemen wordt aangegeven toch weer de Doxycycline te geven. Op 19 januari krijgt Zorro weer een koortsaanval: 41 graden. Ik bel met Utrecht en word boos op de behandelende arts over de te nemen stappen.
36 Zorro en Bibi slapend klein

Over het meningsverschil met Diergeneeskunde Utrecht is veel te zeggen, maar het valt buiten het bestek van dit verhaal. De onenigheid met Utrecht kon ik na het sturen van een brief in februari en het antwoord van hun kant, niet verder uitvechten omdat ik in diezelfde tijd als toegift op de narigheid een gaslek in huis kreeg waardoor ik volledig moest ontruimen. De andere katten gingen in pension terwijl Zorro en ik op een piepklein volgestampt kamertje bivakkeerden tot het een paar maanden later voorbij was. Ik moest naast de zorg voor Zorro, zoveel regelen in die tijd, dat ik er niets meer bij kon hebben.

In het weekend van 20 januari evalueer ik de situatie en schrijf ik een lange mail naar mijn dierenarts die mij daarop op zondagavond prompt opbelt (die man was mijn steun en toeverlaat gedurende het hele ziekteproces van Zorro). We besluiten opnieuw de internist te raadplegen die hem al eerder gezien had, maar waarvan ik oorspronkelijk dacht dat hij een van de artsen van de spoedkliniek was. Deze internist neemt op 24 januari bloed af en stuurt dat op naar het Duitse Vetmed lab. Hij vraagt daarin naast allerlei andere onderzoeken om een PCR-test op Mycoplasma Haemofelis. Die test blijkt een kleine week later positief te zijn.

Meteen na de uitslag wordt Zorro opnieuw op Doxycycline gezet. Daarmee was een paar dagen eerder gestopt omdat zowel mijn dierenarts als de specialist geen reden zagen met de op dat moment beschikbare gegevens Zorro dat te blijven geven. Tevens wordt tijdelijk Prednison, met een afbouwschema erbij gegeven. Zorro wordt verder verdacht van een voedselallergie (het viel me al vroeg op dat de koorts harder opliep als hij gegeten had) en daarvoor wordt hij op een dieet gezet van geitenvlees met rijst. Het koortspatroon wordt nu eindelijk doorbroken. Helaas voor slechts 18 dagen.

Op 15 februari krijgt Zorro in de ochtend weer een koortsaanval: 41.1. Op 12 februari had ik de internist nog gemaild dat alles goed ging, maar dat ik het vage idee had dat hij op de dag dat hij geen Prednison kreeg (hij kreeg op dat moment om de dag 5 mg. Prednison), net iets minder was.  Iets minder levendig, iets minder alert. Op 15 februari werd Zorro weer op 5 mg. Prednison per dag gezet (naast de Doxycycline). Tot dat moment vond hij het geitenvleesdieet dat hij kreeg lekker maar vanaf de dag dat de koorts opnieuw toesloeg, wordt dat minder. De aanval van 15 februari duurt ook lang en rond middernacht is de koorts nog boven de 40 graden. Het is dan de vijftiende keer dat ik zo’n aanval meemaak en ik herken nu ruim voordat de koorts zelf al aanwezig is de signalen: ogen draaien weg, ademhaling wordt zwaarder en sneller, eetlust is weg, hij staat niet meer op, toont zich uitgesproken moe en ligt alleen in zijn ik-ben-ziek-mandje. Temgesic is op een gegeven moment nog het enige middel dat de koorts enigszins afremt. Ik krijg ook steeds meer het idee dat hij ook flinke hoofdpijn heeft gedurende zo’n aanval.

Op 20 februari komt de nieuwe aanval en op het moment dat ik het zie is het al 41 graden. Op 23 februari herhaalt zich dat. Overigens is Zorro tussen de koortspieken door steeds levendig, vrolijk, goed etend, spelend etc. Dat bleef ook zo tot een maand voor zijn dood. Ik mail de specialist dat ik met spoed wil overleggen hoe we verder gaan. Ik spit de hele medische literatuur op internet door op zoek naar alternatieven en vind een artikel van Mike Lappin, een tamelijk bekend specialist, die goede resultaten heeft geboekt met Imidocarb bij katten die een hardnekkige Mycoplasma Haemofelisinfectie hadden. Ondertussen raadpleeg ik een kennis van mij die malariaonderzoek heeft gedaan. Ik ken malariagevallen uit mijn omgeving en de koortsaanvallen doen me daar steeds aan denken. Zij geeft aan dat er niets bekend is over malaria bij katten en overlegt met haar collega’s. Die denken bij het horen van het ziektebeeld aan Babesia. Aangezien Imidocarb ook voor Babesia gebruikt wordt, lijkt dit me al met al geen slechte laatste optie.
Zorro spelen klein

Tot een maand voor zijn dood, bleef Zorro tussen de koortsaanvallen
vrolijk spelen

In de weken die daarop volgen krijgt Zorro verschillende Imidocarbinjecties, met steeds enige tijd ertussen. De koortsaanvallen blijven komen, maar gaan ineens een tijdje niet hoger dan 40 graden. Nieuwe hoop dus, maar helaas niet voldoende. Eind maart geeft de specialist aan dat de infectie onder controle had moeten zijn en dat Zorro helaas tot de therapieresistente gevallen lijkt te behoren wat het erg twijfelachtig maakt dat hij het gaat redden. Ik begin me af te vragen of Zorro’s immuunsysteem niet op hol geslagen is in de afweer tegen de Mycoplasma.

In april, besluiten we tot een drastische maatregel: het afbouwen van de Prednison en andere preventieve medicijnen. We moeten zien wat zijn lichaam zelf doet. Er wordt daarop een endoscopie gedaan en er worden biopten genomen voor histologisch onderzoek. Tevens wordt weer bloed afgenomen, ook voor een Coombs test waarmee iets gezegd kan worden of er sprake is van een immuungemedieerde oorzaak. De uitslag is een milde gemengdcellig enteritis en een negatieve Coombs test (een eerdere test was ook al negatief). De mycoplasma-infectie blijkt tevens niet meer aantoonbaar. Bij zo’n uitslag zou je een bijna gezonde kat veronderstellen. Intussen lopen de koortsaanvallen weer voorbij de 41 graden. We tobben nog een maand door.

Eind mei zit Zorro voortdurend in de buurt van zijn waterbak, wat mij het idee geeft dat zijn nieren het laten afweten. Hij is bijzonder mager en het doet pijn om te zien hoe de de levendige Zorro van weleer is veranderd in een moegestreden en gedeprimeerd katje. Ik koop speciaal grit dat kleurt als de nieren niet goed meer zijn en het kleurt helemaal rood. Ik maak een afspraak met mijn dierenarts om Zorro in te laten slapen wat begin juni dan ook gebeurt.