Mailkat
Oogproblemen

Er zijn van die dingen waar veel mensen last van hebben, maar waar nog geen simpele pil voor bestaat om het probleem op te lossen. Een fluittoon in je oor a.g.v. een gehoorbeschadiging is zoiets. Mensen worden er gek van, maar er bestaan alleen maar zeer ingrijpende oplossingen, waarvoor je het probleem ook in zeer ingrijpende mate moet hebben. Een soortgelijk probleem maar dan met het zicht, zijn vitreous floaters, ofwel glasvochttroebelingen. Medisch gezien is het een ongevaarlijke aandoening, maar het kan je stapelgek maken en het functioneren behoorlijk belemmeren. Met glasvochttroebelingen kreeg ik zelf te maken, vrijwel tegelijk met grijze staar. Hieronder beschrijf ik de problemen die ik met mijn zicht ondervonden heb a.g.v. deze problemen en de (risico’s van de) oplossingen.
 

GLASVOCHTTROEBELINGEN

Op 12 januari 2006 ging naar Visionclinics, voor een intake om mijn ogen te laten laseren. Ik droeg toen al 37 jaar contactlenzen. Mijn ogen kregen steeds meer last van de lenzen met name in droge ruimten. Laseren leek mij een goede oplossing. In het onderzoek bleek tot mijn verbazing dat ik beginnende staar had en op grond daarvan afgewezen werd voor het laseren. Vier dagen later, tegen het eind van de middag, kreeg ik ineens een enorme hoeveelheid draden voor mijn rechter oog. Ik dacht dat er een bloedvaatje geknapt was en dat het wel over zou gaan. Ik ging naar huis waar ik – toen ik binnenkwam – in het donker naar de lichtknop tastte. Nog voor ik die bereikt had, zag ik talloze lichtflitsen in mijn oog. Die flitsen hielden de hele avond aan, en ik besloot er even op te googelen. Al snel las ik over een mogelijke netvliesloslating. De volgende ochtend ben ik meteen naar de huisarts gegaan en die stuurde me door naar het ziekenhuis voor nader onderzoek. Daar bleek dat het achterste glasvochtmembraan was losgekomen, maar dat het netvlies nog netjes vast zat. Ik ging naar huis met de mededeling dat ik het goed in de gaten moest houden, maar dat ervan uitgegaan werd dat de lichtflitsen minder zouden worden. Dat gebeurde ook. Maar toen de lichtflitsen ophielden na een paar dagen, bleef ik wel zitten met een hoop rommel in mijn oog. Ik hoopte dat ook die zou verdwijnen. Helaas gebeurde dat niet.

Het zicht in mijn rechter oog werd vanaf die dag in januari belemmert door een dikke grijze ruitenwisser met aanhang die bij elke beweging van mijn oog heen en weer ging. Als ik mijn oog stil hield en ergens op focuste, dan bleef de sleep troebelingen voor mijn netvlies hangen, waardoor ik in het midden door een soort mist keek en mijn oog weer moest bewegen om het heel even weg te krijgen. Ik werd doodmoe van de inspanning om gewoon door te gaan met mijn werk en andere bezigheden. De beperking van het zicht veroorzaakte in de loop van de dag ook regelmatig knetterende hoofdpijn.

Floaters in mijn oog

Floaters na glasvochtloslating

Het duurde meer dan een half jaar voor ik door kreeg dat het vermoedelijk niet beter zou worden. Ik zocht op internet naar anderen die dit verschijnsel hadden en vond er velen. Ongevaarlijke behandelingen om het zicht te verbeteren bleken niet te bestaan. De enige oplossing zou een operatie zijn: een vitrectomie. Een operatie aan m’n oog was echter niet iets waar ik licht voor zou kiezen, vanwege de risico’s  van m.n. een netvliesloslating met als mogelijk gevolg een ernstig verlies van het gezichtsvermogen. Ik moest wel heel zeker weten dat ik niet kon wennen aan het zicht voor ik zover wilde gaan. En dan zou ook nog moeten blijken dat ik in aanmerking kwam voor de behandeling. Nederlandse artsen gaan niet licht over tot een vitrectomie op grond van alleen glasvochttroebelingen.

Ruim een half jaar later, besloot ik toch eens een gesprek te gaan voeren met een ter zake kundige arts. Ik kwam terecht in het VU medisch centrum bij professor Ringens. Ik legde uit wat mijn problemen waren sinds ik de troebelingen had en hoe het mijn functioneren belemmerde. Hij onderzocht het oog en stelde vast dat de troebelingen buitensporig en zodanig omvangrijk waren dat ik in aanmerking kwam voor een vitrectomie. Hij was echter ook duidelijk over de risico’s. Ik besloot een poosje na te denken en een half jaar later opnieuw de zaak door te spreken. In de zomer van 2007 ging ik terug naar de arts. Ik had de winter en het voorjaar gebruikt om in alle lichtomstandigheden en alle activiteiten die ik uitvoerde me af te vragen of ik, gegeven de risico’s van de operatie, niet toch zou kunnen accepteren dat die troebelingen er nu eenmaal waren en dat ik daarmee zou moeten leren leven. In de winter was het niet te harden. Hoe minder licht, hoe slechter ik het had met kijken. Veel mensen hebben meer last van de floaters met mooi weer doordat ze dan meer opvallen, maar ik had er vooral last van als de lichtintensiteit verminderde. Dan kon ik nog minder onderscheiden als ik door die bewegende grijze rookpluim voor mijn ogen probeerde te kijken. Het vooruitzicht dat dit de rest van mijn leven mijn zicht zou zijn, vond ik echt vreselijk. Tegen de tijd dat ik terug ging naar professor Ringens, wist ik dat ik door wilde gaan met de operatie. De voorbereidingen werden in gang gezet, maar het zou nog tot juni 2008 duren voor ik werkelijk geopereerd werd. Aangezien in mijn oog ook al beginnende staar geconstateerd was en een vitrectomie de staar zou verergeren, zou gelijktijdig de lens in het oog vervangen worden. De vervanging van de lens zou door een tweede arts – dokter Beerthuizen - worden gedaan.
 

DE OPERATIE

De dag voor de operatie werd ik opgenomen in het ziekenhuis. Toen ik binnenkwam op de kamer waar ik zou liggen was het gordijn vanwege overmatige zon enigszins dichtgeschoven waardoor het licht beperkt was. Dat maakte dat mijn floaters nog sterker zichtbaar waren. Had ik nog een restje aarzeling gehad voor de operatie, dan was die door het zicht dat ik op dat moment had volledig verdwenen. Ik wist exact wat ik hier kwam doen! ’s Avonds kwam de arts langs die het staargedeelte van de operatie zou doen. Oorspronkelijk zou een andere arts dit deel doen, en ik wilde tevoren zeker weten dat ik vertrouwen had in de nieuwe arts. Dr. Beerthuizen vond al mijn vragen naar zijn ervaring in dit soort operaties geen enkel probleem en zijn antwoorden gaven mij het volste vertrouwen dat ik mijn eigen dream team had gekregen. Mijn ogen werden opnieuw opgemeten (ik had nu drie weken de lenzen uit en mijn ogen stonden weer in hun natuurlijke stand) en de berekening voor de te plaatsen lens werd gemaakt. Ik sprak af dat de lens die ik kreeg scherp zou zijn voor zicht in de verte. Ik wilde zonder bril kunnen autorijden, fotograferen en filmen. Ik was die avond na dat gesprek zeer gerustgesteld en sliep ‘s nacht als een roos.
Vitrectomie-operatie

De volgende ochtend vroeg werd ik gewekt. Om 8 uur zou de operatie starten. Ik douchte en werd met bed en al weggereden naar de plaats waar de narcose gegeven zou worden. Ik lag vrolijk te praten met een verpleger over dezelfde leeftijd die we hadden en plotseling was hij verdwenen. Ik vroeg me af waar de man ineens gebleven was, tot ik aan mijn oog voelde en een groot verband erop bemerkte. De operatie bleek al voorbij te zijn…

Na een half uurtje werd ik terug gebracht naar mijn kamer. Ik rammelde van de honger en zag de lunch voorbij komen, ging rechtop zitten om eens lekker te eten, maar kreeg niets. Zo kort na de operatie mag je niet te eten, want dat kan slecht vallen en overgeven is natuurlijk niet iets wat je wil in zo’n situatie.

Eind van de middag kwam professor Ringens langs. Hij meldde dat de operatie succesvol was geweest en dat mijn lichaam nu verder de rest moest doen. Ik sliep de tweede nacht in het ziekenhuis wat minder goed. Er kwam een beetje pijn op en ik verveelde me. De volgende ochtend was een spannend moment. Het verband ging eraf en ik had zicht. Weliswaar zweefde er een grote zwarte vlek voor mijn ogen, maar ik kon zien. De zwarte vlek bleek bloed te zijn dat zou oplossen in de loop der tijd. Na controle kon ik naar huis, met een stapel flesjes om te druppelen en voorschriften. Het oog was knalrood en er zaten drie hechtingen in. Ik installeerde me op de bank en realiseerde me dat ik even een paar weken rustig aan moest doen. De volgende ochtend zag ik vrijwel niets meer met het geopereerde oog. Ik ging meteen terug naar het ziekenhuis. Er bleek een bloedvat geknapt en het bloed zweefde vrij rond in de glasvochtruimte wat het beeld gaf van minuscule deeltjes die als in een fontijn voortdurend van boven naar beneden bewogen. De arts onderzocht het nauwkeurig, maar was er uiteindelijk tamelijk luchtig over en zei dat het vanzelf weg zou gaan. Ik ging weer naar huis. Vrienden en familie kwamen voorlezen en stofzuigen en met nog wat luistercolleges van de Home Academy kwam ik de tijd wel door. Langzaam maar zeker werd mijn zicht beter. Na een week was de fontein zwarte stipjes in mijn oog vrijwel drooggevallen. Ik begon mijn ogen te testen en merkte dat het geopereerde oog de dingen ietsje kleiner zag dan mijn niet geopereerde oog (waar ik een contactlens in had). Vaag kon ik me herinneren dat dr. Beerthuizen me daarvoor gewaarschuwd had. Met een half oog keek ik op internet om te zien wat dit precies was. Er bleek een term voor te bestaan: aniseiconie. De afstand van de nieuwe lens in het oog tot het netvlies is anders dan met de contactlens op het oog. Ik vond het vreemd kijken, maar het leek me dat ik er wel aan zou wennen. Dat gebeurde na verloop van tijd ook.

Na ruim een week zat ik in een zonnige kamer en keek naar een witte gestuukte muur. Ineens viel me op dat letterlijk bij elke hartslag mijn beeld iets bewoog, d.w.z. uitzette en weer terug ging. Ik schrok en vroeg me af of het lensje misschien los zat. Ik belde weer meteen het ziekenhuis en kon terecht. Alles nagekeken, niks te vinden. Professor Ringens zei later dat je dit alleen ziet als je heel precies kijkt en dan ook specifiek naar zo’n ondergrond waar je minuscule wijzigingen op kan waarnemen. Toeval dat ik het zag maar feitelijk niets bijzonders. Na drie weken was het zicht echt goed te noemen. Er zat nog maar een enkel bloedstolseltje in het oog en het beeld was perfect. Ik wandelde langs de Amsterdamse grachten met een goede zonnebril op en verbaasde me over het prachtige zicht dat ik had. Alles was helder en ik zag volstrekt scherp. Ik ging langs bij de opticien om de zaak eens te laten testen. Mijn oog bleek exact met mijn nieuwe lens op 0 te zijn uitgekomen. Geen plus, geen min, maar exact 0. En het beeld was helemaal schoon. Ik kan niet uitleggen hoe blij ik was. Bij de controles bleek dat het netvlies zich ook goed had gehouden. Na verloop van een paar maanden was het risico van een netvliesloslating naar een aanvaardbaar niveau terug gezakt (netvliesloslatingen gebeuren overwegend in de eerste maanden na de operatie, maar tot vier jaar na de operatie is er een duidelijk verhoogd risico). Wat snel werd geconstateerd, was dat ik nastaar had. Ik zag op tegen elke behandeling aan mijn oog – het is tenslotte mijn oog en niet mijn kleine teen – en dat gold ook voor de nastaarbehandeling. Ik wachtte rustig af tot het nodig was om het oog te laten laseren.
 

VOLGENDE PAGINA

 

Oogproblemen2
Oogproblemen3