Mailkat
Link naar e-boek3
Lijnen met Lieke

Toen ik moest nadenken over verandering in mijn voedingspatroon, vroeg ik me op een gegeven moment af waarom ik eigenlijk te zwaar was geworden. Het simpele antwoord is natuurlijk, dat ik meer eet dan dat ik aan voedsel nodig heb. Maar dat gaf nog geen antwoord op de vraag, waarom ik meer at.

Ik ben een kind van de jaren vijftig. Toen ik jong was, werd thuis altijd vers gekookt. Als ik honger had om een uur of vijf, en mijn moeder was bezig de maaltijd klaar te maken, kon ik het laatste stukje van het hart van de sla krijgen om in te happen. En dat at ik, want er was geen snoep. Op school kreeg je om een uur of elf een klein flesje melk. Als er iemand jarig was in de klas, kreeg je een toffee, of - als je mazzel had - een toverbal. Maar tussendoor was er niets. Er was alleen gezond en vers (melkboer, groenteboer en bakker kwamen elke dag aan de deur) eten in drie maaltijden per dag. Hooguit was het gebruik van jus wat aan de ruime kant, maar aangezien er nog geen pc’s bestonden en de televisie maar ťťn kanaal had dat alleen ’s avonds uitzond, werd er door kinderen heel veel buiten gespeeld. Mijn moeder had een druk huishouden en mijn vader fietste elke dag bij elkaar anderhalf uur van en naar zijn werk. Daarmee werd een eventueel overschot aan vet in het eten weer keurig verbrand.

In de loop der jaren is onze levensstijl drastisch veranderd. Ik ben - vermoedelijk doordat ik het vroeger nooit kreeg - nog steeds niet iemand die graag snoept. Maar ik heb wel, net als veel anderen, een druk leven waarin weinig tijd is om elke dag naar een winkel te gaan, verse voedingsmiddelen uit te zoeken en klaar te maken. Als gevolg daarvan heb ik in verschillende perioden naar eten gegrepen waar ik weinig aan hoefde te doen, maar wat ik wel erg lekker vond. Het was doorgaans niet eens ongezond eten. Maar ook van bijvoorbeeld salades met veel dressing, brood en wijn erbij kan je echt te veel innemen.

Huisvrouw vijftiger jaren1
Er zijn vandaag de dag grote verschillen met “vroeger”. We hebben het aanzienlijk beter tegenwoordig, maar de snelheid waarmee we leven, veroorzaakt dat voedsel klaarmaken iets is wat even tussendoor moet. In het vroegere kostwinnersgezin waren vrouwen in de eerste plaats huisvrouwen. Hun primaire taak was het huishouden te verzorgen en daarbinnen was een van de belangrijkste bezigheden de zorg voor het eten. Kant-en-klaar voedsel bestond in die tijd nog niet. Niemand zal mij horen zeggen dat we een stap terug in de tijd moeten zetten, integendeel. Het was ook een bekrompen tijd waarin de ongelijkheid tussen de seksen hoogtij vierde en vrouwen op veel terreinen als handelingsonbekwaam werden gezien. Laten we vooral gelukkig zijn dat die periode voorbij is. Maar ik denk wel dat we terug moeten naar een soortgelijke aandacht als vroeger bestond voor ons dagelijks eten. En dat betekent aandacht bij het kopen en klaarmaken van voedsel en aandacht bij het eten van de maaltijd zelf. Verder is het belangrijk om te accepteren dat toegeven aan de lekkere trek die regelmatig toeslaat niet nodig is. We kunnen ook simpelweg nee zeggen tegen de aandrang om meteen wat te pakken.

I can resist everything...

... except temptation. Dit aforisme van Oscar Wilde, is een uitspraak die van toepassing is op heel veel mensen die geconfronteerd worden met de overvloed aan voedsel in onze wereld. Onderzoeksbureaus bedenken reclames voor vette en suikerrijke voedingsmiddelen waarbij vooral de lekkere trek wordt opgeroepen om ons in de winkels te verleiden tot aanschaf van producten die we helemaal niet nodig hebben en die geen enkele bijdrage leveren aan een gezond voedingspatroon. In Europa komen ieder jaar 10.000 nieuwe voedingsproducten op de markt. De levensmiddelenindustrie denkt goed na hoe ze die producten onder de aandacht van de bevolking wil brengen om de afzet zo groot mogelijk te laten zijn. Het belang van de industrie is niet de gezondheid van de bevolking, maar wel het geld dat aan die producten verdiend moet worden. De aandeelhouders verwachten dividend uitgekeerd te krijgen en daarvoor is maximale winst noodzakelijk en dat krijg je niet door alleen winterwortelen, sperziebonen en meiknolletjes aan te prijzen.

De reclamebudgetten van de voedselindustrie zijn hoog en wat er tegenover wordt gesteld, is de voorlichting van voedingsbureaus, artsen en diŽtisten. Die laatsten hebben allemaal het nakijken, omdat ze moeten opboksen tegen de continue verleidingen waar mensen
Pizza
dagelijks aan worden blootgesteld. Terwijl de reclame laat zien hoe in het zonnige ItaliŽ, bij een lekker glas wijn in een knapperige pizza gehapt kan worden (een caloriebom van jewelste), geeft het voorlichtingsbureau informatie over de schijf van vijf. Dat veroorzaakt bij consumenten een ongelijke strijd tussen emotie en ratio. De emotie laat je graag die lekkere pizza eten, zeker als daarbij de associatie van een heerlijke vakantie wordt opgeroepen, en de pizza bovendien kant-en-klaar te krijgen is. Het gezonde eten is iets waarover nagedacht moet worden, wat tijd kost om klaar te maken en het heeft geen bijzondere associaties, behalve dat het de maag vult. Producten, zoals de hiervoor genoemde pizza, hebben vaak een meer uitgesproken smaak dan de subtiele smaak van veel groenten en fruit. Als niet heel jong geleerd wordt dat groenten en fruit eten lekker zijn, is de strijd al vaak bij voorbaat verloren.

Wie besluit gezonder te gaan eten, zal zich bewust moeten zijn van al die verleidingen, zowel in de reclame (televisie, tijdschriften, internet) als in de supermarkt zelf en er weerstand aan moeten bieden. Dat valt niet mee, omdat juist de minder gezonde voedingsmiddelen de associatie met iets appetijtelijks oproepen. Het is in dit verband ook de vraag of de voorlichtingsbureaus - met hulp van de overheid - niet een slimmer antwoord kunnen geven op de aanprijzingen van de producten van fabrikanten. Ooit had je de campagne “snoep verstandig, eet een appel”. Alleen al het woord “verstandig” in zo’n zin roept iets moeizaams op. Waarom kan de voedingsvoorlichting niet eens zelf de televisie
Meiknol
gebruiken door bijvoorbeeld in een reclame een meiknolletje op te voeren, depressief liggend op de bank van de psychiater omdat niemand ‘m wil hebben. Tot hij opgepakt wordt door een meisje van een jaar of 10 dat met een sardonisch lachje zegt dat hij welkom bij haar is en dat ze erg van ‘m houdt, terwijl ze ‘m in gedachten al in de pan hakt. Reclamemakers kunnen dit soort dingen veel beter uitdenken dan ik. Het lijkt me dat zo’n reclame goed besteed is om gezond eten wat aantrekkelijker te maken. Een ander ding is dat we tegenwoordig worden doodgegooid met wedstrijdjes koken op tv. Dat mag dan een aardige amusementswaarde hebben, maar je leert er niets van. Waarom is er niet op zondag, eind van de middag een kookprogramma dat over caloriebeperkt maar toch lekker koken gaat, waarbij mensen na afloop ook nog voor een prikkie een DVD kunnen bestellen? Vraag wat topkoks hun medewerking voor het ontwikkelen van recepten en laat het (mede) bekostigen door partijen die belang hebben bij de volksgezondheid, i.c. de overheid en de zorgverzekeringen. Als mensen het dan gaan waarderen, kopen ze de levensmiddelen hopelijk vaker, zeker als er leuke en vooral makkelijke recepten bij liggen in de winkel. Zo zijn er nog wel meer ideeŽn te ontwikkelen, niet in de laatste plaats met de doelgroep erbij. Te veel wordt gezegd wat mag en niet mag. Dat er kennis overgedragen moet worden is evident, maar aansluitend kan aan de mensen die het moeten doen de vraag gesteld worden: wat zou jou helpen, waar heb jij behoefte aan? Ik wed dat er dan nog wel het e.e.a. loskomt waarop ingespeeld kan worden.

In ieder geval is duidelijk dat blijvend op gezond voedsel ingezet moet worden willen we in Nederland niet de VS achterna gaan waar het overgewicht op dit moment op 68% van de bevolking ligt volgens het Food Research & Action Center. Ook bij ons zie je elk jaar het overgewicht oplopen en de vooruitzichten zijn niet gunstig gegeven het feit dat we hier meestal zo’n 10 jaar achterlopen op de ontwikkelingen in de VS. Hieronder nog een klein staatje van het Centraal Bureau voor de statistiek dat begin 2011 is gepubliceerd en het percentage van de Nederlandse bevolking weergeeft dat met overgewicht kampt.

 

 

1990

2000

2006

2007

2008

2009

Totaal overgewicht

34,9%

44,1%

46,5%

45,5%

46,9%

47,2%

Matig overgewicht

28,8%

34,8%

35,2%

34,3%

35,7%

35,4%

Ernstig overgewicht

6,1%

9,4%

11,3%

11,2%

11,1%

11,8%

 

 

 

 

Grootschalig onderzoek

In The New England Journal of Medicine werden op 26 februari 2009 de resultaten van een grootschalig onderzoek gepubliceerd. 800 mensen met een BMI tussen 25 en 40 en in de leeftijd van 30 tot 70 jaar, zonder gezondheidsproblemen, goed opgeleid en hoog gemotiveerd waren twee jaar op een dieet gezet. De ene groep volgde een dieet waarin weinig koolhydraten voorkwamen, de tweede groep volgde een dieet met weinig vet, de derde groep volgde een mediterraan dieet met gemiddeld vet en veel vegetarisch eten en de vierde groep volgde het zone dieet (proteÔnerijke voeding en natuurlijke koolhydraten).

Na twee jaar bleek dat de uitkomsten voor alle groepen in essentie gelijk waren. De participanten verloren gemiddeld een gewicht van 13 pond in zes maanden. Na een jaar begon het gewicht in iedere groep weer wat toe te nemen. Na twee jaar was het gewichtsverlies gemiddeld 9 pond. Het effect van het ene soort dieet ten opzichte van het andere bleek uiteindelijk verwaarloosbaar.

Een opvallende bevinding in deze studie was dat het gedrag van individuele participanten veel belangrijker bleek te zijn dan het soort dieet. De mensen die het best bleken te scoren, waren de mensen die de meeste praatgroepsessies hadden bijgewoond en de aangeboden hulp van professionals hadden gebruikt. In een begeleidend redactioneel commentaar wijst Martijn Katan, emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Amsterdamse Vrije Universiteit op een vrij onopvallende studie in 2000 in twee dorpen in Frankrijk. Iedereen daar, van de burgemeester tot de winkeliers, onderwijzers, artsen, cateraars, restaurants, media, wetenschappers etc. deed mee aan de poging om kinderen te leren beter te eten en meer te bewegen. Er werden sportfaciliteiten gebouwd, sportinstructeurs ingehuurd en families kregen kooklessen en zonodig individuele counseling. Resultaat: in 2005 was het overgewicht bij de kinderen gezakt met 8,8%, terwijl het met 17,8% omhoog was gegaan in de steden en dorpen in de omgeving. Katan trekt de conclusie dat we een totaalaanpak nodig hebben willen we de zwaarlijvigheid terugdringen en stelt dat op basis van de bevindingen een uitgebreider onderzoek nodig is. Als dat niet gebeurt rest ons straks alleen nog het op grote schaal uitvoeren van maagverkleiningsoperaties.

Daarmee komt hij tot dezelfde conclusie als waar ik toe gekomen ben nadat ik in de literatuur was gedoken om erachter te komen wat helpt. Er zijn buitengewoon weinig mensen (ca. 5% volgens onderzoek) die op de lange duur hun gewichtsreductie behouden. We zitten eindeloos achter een bureau, de pc, de tv, bewegen veel te weinig, worden gebombardeerd met verleidingen aan verkeerd eten en hebben een gebrek aan tijd en kennis om de juiste voedingsmiddelen tot ons te nemen. Het is nogal wat om op al die terreinen die direct met ons dagelijks gedrag verbonden zijn, veranderingen door te voeren. Daar is forse hulp bij nodig. Dat kost geld, maar als we dat er niet voor over hebben, betalen we straks vanzelf de tol via de gezondheidszorg.
 

Focus op gezond eten
boodschappelijst

Sinds ik zelf het roer heb omgegooid en mijn eigen dieet heb samengesteld, is er geen week voorbij gegaan waarin ik boodschappen ging doen zonder een duidelijke lijst. Dat voorkomt dat ik in de winkel van alles in mijn mandje gooi wat er lekker uitziet, maar wat ik helemaal niet nodig heb. Ik neem elke week wat tijd om te bedenken wat ik de komende week ga eten. Die planning maakt het makkelijk om te weten wat ik moet halen en wat ik eventueel tussendoor nog nodig heb. Ik plan ook wat ik in grotere porties kan koken (rijst, graan, pasta, polenta) zodat ik het een en ander in kan vriezen. Het is er allemaal op gericht om - als ik thuis kom - in maximaal ťťn uur een maaltijd op tafel te hebben. Gezond en zonder poespas. Alleen in het weekend kook ik wat uitgebreider. Het resultaat is dat ik mijn eetgedrag veel beter in de hand heb dan vroeger en het bovendien leuker vind om te koken.

Maar voor ik op het punt kwam dat ik echt aan de gang kon, moest ik nog een paar andere dingen uitzoeken.
 

VOLGENDE PAGINA