Mailkat
Link naar e-boek3
Lijnen met Lieke

Jaap Seidell & Jutka Halberstadt
TEGENWICHT; Feiten en fabels over overgewicht
ISBN: 9789035135772
Prijs € 17,95 (april 2011)
232 pagina’s.

 

Een boek waarvan de auteurs wetenschappers zijn en dat gaat over overgewicht en obesitas is doorgaans bedoeld voor beleidsmakers en professionals in de gezondheidszorg die zich bezig houden met het onderwerp. Het boek Tegenwicht, dat in april 2011 verscheen, is daar inderdaad voor bedoeld maar daarnaast ook voor de mensen die het onderwerp vormen. Het is daardoor een zeer leesbaar boek geworden, zonder dat tekort gedaan wordt aan de complexiteit van de materie.

Hanneke Groenteman die het boek vooraf las, meldt op de kaft: “Tegenwicht had ik willen lezen voor ik, verblind door valse hoop, van dieet naar dieet worstelde. Een leerzaam en troostrijk boek.”

Ik was zelf aangenaam verrast door de toon van het boek waarin op niet belerende wijze het probleem van overgewicht in z’n context ontrafeld wordt en ik werd van de inhoud een stuk wijzer, maar helaas niet getroost. Met de opgedane kennis kan je natuurlijk op individueel niveau besluiten om voortaan af te zien van crashdiŽten. De vraag die echter na lezing van dit boek in volle omvang op tafel ligt is hoe onze maatschappij die met voedsel omgaat op een wijze dat overgewicht en obesitas een volksziekte is geworden, veranderd kan worden. Dat vergt niet alleen de kennis, de wil, de inzet en het doorzettingsvermogen van de gewone burgers van die maatschappij, maar tevens van iedereen die werkzaam is in de gezondheidszorg, bij de overheid, in de politiek, bij bedrijven en scholen. Vrijwel alle partijen zijn het erover eens dat er wat veranderen moet. Over de weg waarlangs en de toedeling van de kosten die aan het veranderingsprijskaartje hangen, bestaat echter minder overeenstemming waardoor het realiseren van aanpassingen veel moeizamer gaat dan gewenst zou zijn. En als je bedenkt dat de kinderen die nu opgroeien daar de meeste nadelen van ondervinden, dan word je daar niet blij van.

Het boek is onderverdeeld in een aantal hoofdstukken, waarvan de eerste vooral beschrijvend zijn. Er wordt inzicht gegeven in de geschiedenis van overgewicht en obesitas, van verschillen tussen bevolkingsgroepen, van meetmethoden etc., waarna de vraag gesteld wordt waarom we zwaarder worden. De dikmakers in onze voeding en onze leefomgeving worden vervolgens onder de loep genomen. Dat de kachel een dikmaker kan zijn, was een eye opener en iets om rekening mee te houden, alhoewel het de vraag is waarom een kachel dan niet werkt als de zomer: meer warmte, maar minder honger. Erfelijkheid en omgevingsfactoren die invloed zouden kunnen uitoefenen op overgewicht worden bekeken en de verschillen in uitgangssituatie voor gewichtsbeheersing worden benoemd. Niet voor het laatst in het boek wordt hier vastgesteld dat het wel erg gemakzuchtig is om de verantwoordelijkheid voor overgewicht volledig bij het individu te leggen.
I can resist...

De verleiding om te eten is een ander onderwerp waar uitvoerig bij wordt stilgestaan. Terzijde: het hoofdstuk start met de quote van Oscar Wilde die ik toevallig zelf ook gebruik op mijn website, alleen wordt in het boek het aforisme niet helemaal correct weergegeven. Het mag een kleinigheid lijken om het woordje “except” te vervangen door “but”, maar voor iemand die al erg lang lid is van de Engelse Oscar Wilde Society, is het toch even diep zuchten. Het ritme van de zin is weg.

Over de verleiding meld ikzelf ook het e.e.a. over op mijn website op de pagina “oorzaken”, maar hier wordt het uitvoeriger en doortimmerder gedaan. Piet Vroon, wiens kleurrijke aanwezigheid nog steeds gemist wordt, wordt erbij gehaald om uit te leggen dat ons honger- en verzadigingssysteem diep in onze hersenen in de hypothalamus ligt, waarop hormonen en neurotransmitters inwerken die op hun beurt weer beÔnvloed worden door leerprocessen. Je begint hier te begrijpen waarom er geen simpele pil bestaat die zonder bijwerkingen hongergevoelens onderdrukt. Bij de grootte en hoeveelheid vetcellen van een mens wordt stilgestaan als het overgewicht gedurende de levensloop aan de orde komt, waardoor dat ook voor eens en voor altijd duidelijk is.

Hoofdstuk 6 gaat in op de afslankindustrie en hier wordt o.m. naar verschillende diŽten gekeken. Ook de sherrykuur, die eind jaren zestig/begin jaren zeventig populair was, wordt genoemd. Het was het eerste dieet dat ik ooit gebruikte en behelsde een driedaagse kuur waarin inderdaad twee glazen sherry per dag werden gedronken. Daarnaast werd alleen niet, zoals beschreven, een pond biefstuk gegeten, maar verdeeld over de dag 2 ons rauwe biefstuktartaar, 2 ons 20+ kaas en 1 gekookt ei. Het was een fantastisch onzindieet, maar er bestond toen nog weinig anders.

Tot hoofdstuk 6 had het boek vooral veel kennis te brengen die ik met plezier maar redelijk neutraal opnam. Vanaf hoofdstuk 6 was ik af en toe ronduit onthutst door de cijfers en gegevens die te berde werden gebracht.
Krantenartikel marketing junk food
Dat betreft vooral de  beschreven pogingen van de auteur om tezamen met collega’s een marketingluwe omgeving te creŽren om kinderen te beschermen tegen commerciŽle uitgingen van bedrijven die voedingsproducten aan hen kwijt willen. Er wordt ingegaan op aantallen reclames gericht op kinderen in diverse landen versus reclame voor gezond voedsel. Het zal niet verbazen dat bedrijven aan de eerste veel geld uitgeven en aan de reclame voor gezond voedsel heel weinig. Een adviesbureau in Nederland heeft vastgesteld dat de tv-commercials voor kinderen tussen 1993 en 2001 gestegen waren van 4,5 miljoen naar 33 miljoen en dat die stijging voornamelijk de minder gezonde producten betrof. Daar moet je dan als ouders tegenop zien te boksen. Vreemd dat de overheid wel pakjes sigaretten verbiedt op televisie, maar niet de kinderen behoedt voor de pogingen van de industrie om ze ongezonde voeding aan te smeren.

In hoofdstuk 7 las ik met stijgende verbazing over de belangenstrijd in 2001/2002 tussen het bedrijfsleven (landbouw en voedingsmiddelenindustrie), de politiek en de wetenschap. De WHO en FAO hadden wetenschappers uit 22 landen verzocht een advies te schrijven over de invloed van voeding op chronische ziekten. Daarin werd een hoofdstuk ondergebracht dat ging over obesitas, waarbij aan de industrie werd aanbevolen het aantal calorieŽn te verminderen door kleinere porties aan te bieden en minder suiker toe te voegen aan dranken en voedingsmiddelen. Bovendien werd aanbevolen om de marketing van ongezonde voedingsmiddelen gericht op kinderen te beperken. Je zou toch denken dat dit een keurige aanbeveling is waar iedereen met gezond verstand zich achter kan scharen. Niets bleek minder waar. De beschrijving van de handelwijze van de industrie – die alles uit de kast trok om te voorkomen dat de aanbeveling in het rapport zou worden opgenomen – is ronduit schokkend. Hoezo maatschappelijk verantwoord ondernemen? Het goede nieuws is dat de aanbeveling tegen de stroom in, door het werk van integere mensen, uiteindelijk toch is opgenomen en nu wereldwijd gebruikt wordt om gezondheidsbeleid op te baseren.

In dit hoofdstuk gaan de auteurs ook in op de vrijheid van keuze van de burger voor voeding en de rol van de overheid bij het maken van die keuze. Dat daar nogal uiteenlopende meningen over bestaan, is evident. De auteurs betogen dat het goed zou zijn als de overheid een gezonde keus zou bevorderen, zonder dat je de vrijheid van volwassenen wegneemt om een andere keus te maken. Dat die overheid wel wat meer mag doorpakken, blijkt uit het feit
reclame kinderen
dat hij er – zoals hiervoor al aangegeven - niet voor kiest om het bedrijfsleven te verbieden reclame te maken voor ongezond voedsel op tijdstippen dat kinderen televisie kijken maar oproept tot zelfregulering. Het bedrijfsleven zal zich verzetten tegen een verbod, evenals een groep burgers. Persoonlijk vind ik het onbegrijpelijk dat onze overheid op dit punt slappe knieŽn heeft en alleen maar oproepen aan anderen doet. Het is te hopen dat er nog eens een kabinet aantreedt dat wat voortvarender te werk gaat en de ongezonde omgeving voor kinderen aanpakt. Als ouders tegenwoordig – terecht – hun kinderen geen tik meer mogen geven, waarom mag een hele industrie een kind dan wel schaden door het te belagen met reclame voor ongezonde voeding? Bij het eerste wordt desnoods de door de overheid ingestelde kinderbescherming ingeschakeld, bij het tweede kijkt diezelfde overheid weg alleen omdat daarvoor een industrie aan banden moet worden gelegd en daarmee een piepklein stukje van het principe van vrijheid van ondernemen wordt ingeperkt. Hoe erg is dat eigenlijk als je daarmee kinderen beschermt?

In het laatste hoofdstuk voor de conclusies, wordt vastgesteld dat obesitas nog steeds een onderschat probleem is. Er is een relatief kleine groep die succesvol afgevallen is en dat gewicht weet te handhaven. Van deze mensen worden er in de VS 3000 gevolgd. Vrijwel allemaal zijn ze afgevallen op een dieet met weinig vet. Tevens blijkt de groep een ongeveer gelijk patroon aan te houden om het gewicht te handhaven. Het blijkt maar weer dat het moeilijk is om blijvend gewicht te verliezen, maar niet helemaal onmogelijk.
 

VOLGENDE PAGINA