Mailkat
Link naar e-boek3
Lijnen met Lieke

ancel keys
De belangrijke vraag die opgeworpen wordt, is waarom het zo moeilijk is om af te vallen. Er wordt een onderzoek aangehaald dat zich onder leiding van de fysioloog Ancel Keys tussen november 1944 en december 1945 heeft afgespeeld in de VS. Mannelijke vrijwilligers, 36 in totaal, in Minneapolis deden mee aan een experiment dat bekend zou worden als het Minnesota Starvation Experiment. Het doel was te onderzoeken wat de effecten zouden zijn van de langdurig slechte voedingstoestand in grote delen van Europa en AziŽ tijdens de Tweede Wereldoorlog en hoe je het beste mensen zou kunnen laten herstellen na zo’n periode van ondervoeding. Deze 36 gezonde, intelligente mensen zonder overgewicht, kregen te maken met een dieet dat niet veel anders is dan wat veel hedendaagse dieetregimes voorschrijven, nl. de helft van wat ze normaal aten. De mannen verloren in de zes maanden dat ze op dieet stonden een kwart van hun lichaamsgewicht. Belangrijker is wat er mentaal met deze mensen gebeurde: ze raakten geobsedeerd door voedsel, ze werden emotioneel en depressief, hun concentratievermogen nam sterk af en ze werden passief. De auteurs van Tegenwicht stellen vast dat hoewel de effecten van caloriebeperking bij mensen met obesitas minder sterk zijn dan bij mensen die op gewicht zijn (zoals deze vrijwilligers), het een indicatie geeft van wat iemand moet doormaken wanneer een streng dieet gevolgd wordt. Niemand ontkomt vroeger of later bij het afvallen aan het verzet van lichaam en geest tegen de vermindering van voedsel (zoals ook ik tot mijn ongenoegen heb ondervonden).

Na de behandeling van de vraag of jojoŽn slecht is (niet dus), en of energiebeperking leidt tot een langer leven (misschien), gevolgd door een verhandeling over de maagverkleiningsoperatie is het tijd voor de conclusies. Het slechte nieuws is dat obesitas een chronische ziekte is; het goede nieuws is dat de gezondheidszorg zich eindelijk serieus bezig begint te houden met de behandeling, waarbij de nadruk primair ligt op de verbetering van de kwaliteit van het leven en van de gezondheid.

Tegenwicht is niet het eerste boek dat verschijnt over overgewicht en obesitas. Het is wel het eerste dat ik lees dat toegankelijk is voor een breed publiek zonder dat het aan komt zetten met richtlijnen om af te vallen. Veel van wat beschreven is, is gericht op het leren begrijpen van de context waarin overgewicht en obesitas kunnen ontstaan, een context waar we iedere dag mee te maken hebben. Mensen stellen op enig moment vast dat ze te zwaar zijn en besluiten vaak na enige tijd er wat aan te gaan doen. We lijnen ons suf gedurende ons leven, weten dat we minder moeten eten en meer moeten bewegen, en we schamen ons een beetje als we het uiteindelijk weer niet volhouden. Dit boek maakt duidelijk dat we blijvend aan een gezond gewicht zullen moeten werken, maar dat we ook een beetje coulance met onszelf mogen hebben. De omgeving heeft mede gemaakt tot wat we zijn. Het leert ons ook dat er een sprankje hoop aan de horizon gloort. Niet alleen de gezondheidszorg, maar ook beleidsmakers zijn bezig om het probleem op de kaart te zetten, waardoor al die mensen die het probleem treft, beter bereikt zullen kunnen worden in de toekomst.
 

KINDEREN

Een onderdeel in het boek dat ik hierboven al extra belichtte heeft te maken met kinderen. In de tijd dat ik bezig was met het schrijven van de dieetsectie van mijn site, stuitte ik op een artikel van Herre Faber met de titel “Obesitas: heeft bewegen zin?”. Herre Faber maakt ingewikkelde berekeningen om de vraag te beantwoorden of iemand kan afvallen door te bewegen zonder extra honger te lijden. Het antwoord op die vraag bleek positief te zijn. Ik las het artikel omdat ik op zoek was naar de effecten van beweging. Ik vond echter nog iets anders in de conclusie van dit artikel. Daarin wordt gemeld: “De voedselopname tijdens de zwangerschap en de zeer
bigstock_Little_Girl_With_A_Bowl_Of_Veg_4633463 (2)
vroege jeugd (tot een leeftijd van ongeveer drie jaar) heeft grote invloed op de ontwikkeling van het hongergevoel en lichaamsgewicht op latere leeftijd. Er is een specifieke periode in het leven van baby’s en peuters waarin de gevoeligheid van hun lipostaat wordt ingesteld. Als ze tijdens die periode te veel voeding krijgen, wordt de lipostaat ongevoelig ingesteld: er treedt pas laat verzadiging op. […] Deze kinderen krijgen later te kampen met overgewicht
.”

Van deze constatering was ik even stil. Ik had me tot dat moment nooit gerealiseerd dat de kiem voor obesitas al zo vroeg in het leven gelegd kan worden waardoor het moeilijker dan gemiddeld is om af te vallen. Ik had me ook nooit beziggehouden met de situatie van kinderen.

Door het artikel werd ik alert op obese kinderen en hun problemen. Ik verdiepte me in hun situatie en keek naar programma’s op tv die daarop ingingen. In een uitzending van Uitgesproken Vara in april 2011 werd melding gemaakt van het onderzoeksprogramma Obelix, waarin research naar hormoonverstorende stoffen in voeding wordt gedaan. Ontdekt is dat kinderen in de baarmoeder al geprogrammeerd worden om dik te worden, waarbij ook lage concentraties giftige stoffen in het milieu de hormonen van ongeboren kinderen beÔnvloeden. De chemicaliŽn zorgen ervoor dat het kind meer eet dan goed is. In het programma kwam een meisje van 11 jaar voor met flink overgewicht waarvan de oorzaak niet goed duidelijk is. Zij probeert met behulp van een diŽtiste af te vallen, terwijl ondertussen verder onderzoek wordt gedaan naar de oorzaken van haar overgewicht. Het meisje zat naast haar moeder bij de arts van de obesitaspoli met een gezichtje waarop meer ernst lag dan bij haar leeftijd hoorde. In het programma kwam tevens de Leidse kinderarts en endocrinoloog Henriette Delemarre aan het woord: “Ik vind het echt heel dramatisch, want het is zo’n grote groep. Wat je nu ziet is dat kinderen op heel jonge leeftijd al te dik zijn. Die kinderen hebben op jonge leeftijd al complicaties. Er is vorig jaar februari een Amerikaanse studie gepubliceerd waarin ze laten zien dat kinderen die tussen 5 en 10 en 10 en 15 jaar al dik zijn, korter leven. Dat wil je voor zijn.” Ze gaf aan te hopen dat met het onderzoek een medicijn gevonden gaat worden dat deze kinderen helpt een normaal eetpatroon te ontwikkelen.

Los van het feit dat jonge kinderen met overgewicht – zoals ook in Tegenwicht wordt aangegeven – vaak niet de vrolijke jeugd hebben die je een kind zou toewensen, is er ook het besef dat de te zware kinderen van nu de moeders en vaders met overgewicht van straks zijn, die op hun beurt een grote kans hebben kinderen te krijgen die te zwaar zijn met alle bijbehorende gezondheidsproblemen. Als maatschappij zouden we het heil niet alleen van de dokters en wetenschappers moeten verwachten, maar ook als gewone burgers moeten ingrijpen in onze omgeving. Het is tenslotte helemaal niet uitgesloten dat ouders die zelf op een goed gewicht zijn, straks kinderen hebben die door ongezonde schoolmenu’s, verleidingen in winkels, reclames van bedrijven, te veel computergebruik en te weinig en/of een te duur aanbod aan sportfaciliteiten uiteindelijk te zwaar worden. Onze leefomgeving heeft veel invloed op de manier waarop wij met eten omgaan. Als we gezamenlijk
Tegenwicht boek
de patat en hamburgers links laten liggen, niet meer op straat eten, minder calorierijk voedsel tot ons nemen, school- en bedrijfskantines opzetten met gezonde etenswaren, zorgdragen voor voldoende en betaalbare sportfaciliteiten, eisen dat de reclame gericht op kinderen plaats maakt voor reclame voor goede voeding en elkaar helpen om gezond te leven, strooien we spijkers op de weg naar een eetcultuur zoals die in de VS bestaat en hoeven we daar dus nooit te arriveren. Om dat punt te bereiken moet iedereen besef van het probleem hebben en moeten we af van het idee dat overgewicht uitsluitend een probleem van mensen is die door eigen toedoen te dik zijn geworden en die maar aan de lijn moeten om de kilo’s kwijt te raken. Het probleem is zowel breder als dieper en dat is wat in Tegenwicht volstrekt inzichtelijk wordt gemaakt. Tegen iedereen, maar zeker tegen hen die op een of andere manier betrokken zijn bij besluitvorming in het openbaar bestuur, van gemeenteraad tot Tweede Kamer wil ik daarom zeggen: KOOP DAT BOEK! Als je het gelezen hebt, is glashelder hoe het probleem eruit ziet, waar we naar op weg zijn en wat we kunnen doen om het tij te keren.