Mailkat
Japan

18-10-2006: Iedere keer dat ik m'n koffer weer moet pakken, zie ik er tegenop om op te breken, maar als ik even op weg ben en weer in bus, trein of op de boot zit, vind ik het heerlijk om op weg te zijn naar een nieuwe horizon die weer nieuwe verrassingen brengt. De 16e vertrok ik uit Hiroshima naar Uchiko en ook nu weer wat vroeger dan gepland. Ik wisselde m'n gereserveerde treinkaartjes in voor een vroegere tijd en arriveerde zo rond kwart voor een op de plaats van bestemming. Ik liep eerst weer eens verkeerd, maar vond uiteindelijk m'n hotel. Soms denk je dat het niet meer beter kan, en dan blijkt dat toch weer te gebeuren. M'n "hotel" was een groot huis waar ik de hele bovenverdieping van kreeg. Ik kwam binnen in een gang van 4 meter lang bij 1,75 meter breed. Links was een zitkamer, groter dan mijn achterkamer thuis met een serre erbij aan de straatzijde. Rechts was de slaapkamer die zo groot is - of iets groter - dan mijn eigen slaapkamer. Over de hele breedte lag een balkon waar een perfecte stoel met voetenbank klaar stond (met bijbehorende balkonsloffen). De schuifdeuren in de slaapkamer gaven toegang tot de kleedkamer (2x2 meter) waar mijn Yukata al klaar lag. Alles was ook nog eens heel mooi ingericht ook. Aan het eind van de gang bevond zich zo'n super de luxe toilet met een voorportaaltje waar een fonteintje in gemaakt was. Beneden was een echt Japans bad, d.w.z. een cederhouten enorme tobbe waar je via een overdekte gang langs een klein mooi aangelegd tuintje naar toe kon. Ze nemen hier één gast per nacht en dat was ik dus. In de ijskast stond bier en frisdrank wat ik vrij kon nemen (hoort bij de kamer). Ik had totaal geen zin om Uchiko in te gaan met zo'n ruimte.
Uchiko klein
Maar dat vond ik nou ook weer zonde, dus toch maar erop uit. Uchiko bleek een mooi plaatsje te zijn waar ze vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn begonnen om oude huizen te restaureren. Dat heeft resultaat gehad. De straatjes van de oude dorpskern zijn zeer de moeite waard om te bezoeken; diverse oude huizen kan je van binnen bekijken en er is een perfect Kabukitheater uit 1910 bewaard gebleven wat nog geregeld in gebruik is. Het was weer een stralende dag en nadat ik nog eens 10 filmpjes bij gekocht had ging er alweer een halve op aan dit stadje. Onderweg op m'n wandeling kwam ik een wat oudere man tegen die me wat wilde laten zien. Hij sprak geen twee woorden Engels, maar ik had het idee dat ik toch maar even mee moest. Hij kletste vrolijk door in het Japans en af en toe riep ik "hai" en zo kwamen we aan het eind van een heuvel uit. Hij wilde me duidelijk maken wat er te zien zou zijn en vouwde zijn handen zoals je bidt. In bidden had ik weinig zin, want dat had ik al gedaan in deze vakantie. We kwamen bij een tempel waar ik eerst water over m'n handen moest gieten (reiniging) en hij smoesde wat met een dame die aan het loket zat. Ik kon doorlopen en toen zag ik wat hij me wilde laten zien: een enorme slapende Boedha. Hij liet me zien uit hoeveel stukken het beeld gehakt was. De lijnen waren van een afstand niet zichtbaar en de delen waren heel mooi aan elkaar verbonden. Hij wilde er wel bij op de foto en gelukkig ging hij niet zoals de meeste Japanners stram in de houding voor staan, maar hing hij een beetje tegen het beeld aan. Ik kreeg nog een paar goede adviezen om het e.e.a. te gaan bekijken, die op de kaart die ik bij me had werden aangewezen. Als afscheid stak hij z'n hand uit, wat heel ongebruikelijk is in Japan (je buigt alleen naar elkaar) wat een hoop hilariteit bij een groepje Japanse toeristen opleverde dat toevallig passeerde. We zwaaiden nog lang naar elkaar als afscheid.
M'n huisbaas gaf me een paar tips om te gaan eten en na een uurtje rustig een biertje thuis te hebben gedronken in m'n luie stoel op het balkon met uitzicht op de bergen bij het avondrood dat langzaam wegzonk in de nacht, ging ik een paar deuren verder voor de maaltijd. De aanbeveling was om Kaze-no-zen te eten en bijbehorende sake te drinken. Ik besloot uitgebreid te gaan smikkelen en lekker wat goede sake te drinken. Ik kwam binnen en was de enige klant. Dat zou zo blijven de rest van de avond, maar daar heb ik totaal geen last van. Ik kreeg een kaart voor m'n neus die uitsluitend in het Japans geschreven was, dus ik legde die neer en zei "Kaze-no-zen". De obers die me rond de dertig leken, geloofden er niets van en gingen op zoek naar de baas, die na een paar minuten binnen kwam rennen. Hij sprak prima Engels, maar bleef zich verontschuldigen voor z'n slechte Engels. Hij gaf een toelichting op de Kaze-no-zen en het leek me allemaal uitstekend. Hij bleek een eigen sakebrouwerij te hebben en adviseerde welke sake erbij paste (zowel warme als koude). Hij vertrok weer en de ober bracht schaaltje na schaaltje. Vis, vlees, tofu, groenten, rijst, soep, allemaal even lekker en beeldschoon opgemaakt. Na betaald te hebben (wel 25 euro), was ik de weg weer eens kwijt en wist niet meer of ik links of rechts moest. Prompt wandelde de ober me terug naar m'n huis. Ik nam eens een lekker bad en terug op de kamer zette ik een kopje thee en speelde een CD van Chet Baker (er zat ook een CD-speler in dit huis) en voelde me uitermate prettig. Ik sliep heerlijk in een zacht bed die nacht. Na het ontbijt de volgende ochtend (ook weer uitstekend) nam ik afscheid van m'n huisbaas en zocht het busstation op voor m'n uitstapje naar Ishidatami.
Ishidatami klein
De bus stopte daar voor de deur van m'n verblijfplaats wat een verbouwde oude boerderij was en nu een klein hotel met 5 kamers. Die middag wandelde ik zo'n drie tot vier uur door de bergen, langs kleine riviertjes en overdekte bruggetjes. Ik liep over een autoweggetje waar geen auto reed. Alles wat je hier hoorde, waren vogels, krekels en water. Tot er op een gegeven moment toch een auto voorbij kwam (ik was net een rode brievenbus tussen een veldje bloemen aan het fotograferen), met drie dametjes op leeftijd erin. Ze stopten - spraken alleen Japans - en vroegen vermoedelijk waar ik naar toe ging. Dus ik wees op de kaart m'n route en bestemming aan. Prompt werd er ruimte vrijgemaakt achterin om me een stukje verder te brengen en voor ik het wist was ik bij de brug waar ik naar toe wilde. Ik zegde ze hartelijk dank en bleef even bij die brug zitten om vervolgens in anderhalf uur naar de boerderij terug te lopen (als ik de Japanse bewegwijzering moet lezen, vergelijk ik met wat er op m'n Japanse kaart staat; ik weet naar welke in het Japans geschreven bestemming ik moet en kan doorgaans zo de route bepalen). Daar aangekomen bleken de drie dametjes ook in het hotel te zitten. Het waren drie zussen die de zeventigste verjaardag van een van hen aan het vieren waren. Een jong stel dat een beetje Engels sprak voegde zich nog bij ons en 's avonds aten we gezamenlijk aan een lange tafel. De bijzonderheid hier is dat de rijst nog met de watermolen gedorst wordt en dat traditionele gerechten geserveerd worden die allemaal zelf gemaakt zijn. Heel smakelijk al met al. De volgende ochtend stapte ik om half 12 weer in de bus naar Uchiko. De bus was vroeg en ik kon nog net op het station m'n treinkaartjes inwisselen voor de trein die op dat moment al binnenliep. Met een overstap kwam ik rond vier uur in Takamatsu aan waar ik nu zit en waar ik ook weer een bovenverdieping van een hotel heb met voor- en achterkant. Vanavond heb ik even rondgekeken in wat de langste winkelstraat van Japan is, maar dat bracht niet veel nieuws ten opzichte van wat ik al gezien had. Morgen ga ik het meer culturele deel doen en overmorgen stap ik op de boot naar Naoshima. Welaan, weer helemaal bijgepraat. De komende dagen zijn druk en het zal vermoedelijk de 24e worden voor ik me weer meld. Groet aan iedereen.

23-10-2006: Domweg gelukkig in Naoshima. Maar eerst was ik nog een dagje in Takamatsu. Ook dat was zeer aangenaam. Ben even met de trein naar het Shikoku-mura museum geweest waar ruim 30 gebouwen staan uit de Edoperiode. Zowel huizen van eenvoudige families als de graanschuren waar de lokale lords het graan in opsloegen om de samurai mee te betalen.
Takamatsu vissershuisje klein
Prachtig vissershuisje gezien met de potten waarmee octopus gevangen wordt en andere benodigdheden en een plaats waar sojasaus werd verwerkt in enorme vaten. Aan het eind van het museum was een udonrestaurant uit die tijd nagemaakt waar je zoals vroeger de udon kreeg: een grote kan met bouillon op tafel met een paar schaaltjes met verse zeer klein gesneden uitjes en wat verse gember. Je schenkt de bouillon in een ruime kop en gooit er wat uitjes en gember bij en dan pak je met je stokjes steeds wat udon van een schaal en die haal je door de bouillon en zuig je naar binnen. Samen met een grote kan thee was dit uiterst smakelijk. 's Middags ben ik naar een van de mooiste landschapstuinen geweest die Japan heeft, het Ritsurin Koen, die ongeveer 370 jaar oud is. Wat is dat mooi aangelegd. Een theehuis in het midden dat ook eeuwenoud is en prachtige plekjes om rustig te zitten en wat voor je uit te kijken. Aan de ene kant wordt het park begrensd door een hoge berg. Aan de andere kant zijn helaas hier en daar hoge gebouwen neergezet die de zichtlijn verpesten. Maar ja, grond is duur in Japan en Japanners zelf hebben lang weinig interesse gehad in het behoud van hun cultuurgoed.
De ryokan waar ik zat was weer perfect, gerund door een heel lief ouder echtpaar. Om half acht vertrok ik de volgende dag naar de boot voor de trip naar Naoshima. Toen ik de boot afkwam, stond er al iemand klaar van Benesse House, waar ik zat, om me op te halen. Benesse House is een museum voor moderne kunst en tevens een hotel. Ze hebben ook nog een dependance een paar minuten verder weg, maar ik verbleef in het museum zelf. Via internet kreeg ik er niet goed greep op, hoe het precies in elkaar zat op dat eiland en toen ik aankwam, werd dat niet veel beter door de hoeveelheid informatie die ik kreeg: een kaart van het eiland, een kaart van sommige locaties, informatie over de kunst op verschillende locaties, nog los van alle andere zaken die met het hotel te maken hebben. Ik ben eerst maar koffie gaan drinken in het museum om eens alles te bekijken. Toen begon het een beetje te dagen: in Naoshima is in feite de kunst overal te vinden, zowel in verschillende musea (dat eiland is piepklein, en het is echt ongelooflijk wat je hier vindt), als buiten, als in lokale huizen waar kunstwerken van gemaakt zijn. Ik besloot eerst maar eens het museum
Naoshima kunst buiten klein 1 Naoshima kunst buiten 2 klein
waar ik in zat te gaan verkennen. Dat was al prachtig en heel ruim opgezet. Werk van Stella, Giacometti, Pollock en van een aantal mij onbekende kunstenaars, die speciaal kunst hadden gemaakt voor deze plek. Soms was dat heel verrassend. Een schilderij met daarop een strand met een geel en een zwart bootje. Voor het schilderij op de grond lagen ook een geel en zwart bootje, maar als je dan omkeek dan keek je op het strand zelf van Benesse House en daar lag ook een geel en zwart bootje. De architect van het museum en in feite van bijna alles wat op deze plaats te vinden is, is Tadao Ando. Die heeft niet alleen Benesse House met het museum neergezet, maar even verderop ook het Chichu Art Museum. Eerst twijfelde ik er over of ik daar wel naar toe zou gaan. Er was werk van Claude Monet, Walter de Maria en James Turrell. Het leek me nogal klein en ik ben niet zo dol op Monet. Maar uiteindelijk toch gedaan. Dat was een ervaring die met niets te vergelijken was. Dat hele museum is onder de grond gebouwd (waar je helemaal geen erg in hebt), maar al het licht is natuurlijk licht en komt van boven. Er is een ruimte waar vier schilderijen van Monet in hangen, allemaal waterlelies. Dat is een heel hoge ruimte, waarvan de muren volledig wit zijn. Een halve meter vanaf de rand is het plafond iets verlaagd, waardoor het licht van boven naar binnen komt. De vloer is gemaakt van duizenden stukjes wit, lichtgrijs geaderde marmer van 2x2 cm, waar zes mensen drie maanden aan hebben gewerkt om dat neer te leggen. Die ruimte is overweldigend en als je dan die Monets ziet sta je er perplex naar te kijken zo mooi als zo'n schilderij dan ineens is. James Turrell, die met licht werkt, had ook iets bijzonders. Je moet een ruimte in waar blauw/paars licht is en dan langzaam iets omhoog naar voren lopen, tot er een zoemer gaat. Je mag dan niet verder omdat (wat je niet kan zien) daarachter de vloer eindigt. Er mag maar een persoon per keer op lopen en er loopt een zaalwachter naast je. Dat licht lijkt oneindig en er is niets anders wat je ziet dan dat. Het is heel wonderlijk om in een soort oneindigheid in dit licht te kijken. Walter de Maria had speciaal werk voor dit museum gemaakt en vulde daar een volledige zaal mee. Ook dat was bijzonder, maar van die andere twee was ik helemaal plat. Na dit museum ben ik nog doorgegaan naar het dependance van het hotel waar eveneens allerlei kunst was, met name in de tuin - o.a. een Karel Appel - en op het aangrenzende strand. Zo tegen een uur over vier ben ik naar Benesse House terug gegaan om m'n kamer eens te bekijken (vroeg in de ochtend was 'ie nog niet klaar). Bleek een zeer ruime kamer met alles wat je maar kan wensen en uitzicht op de Seto Inland Sea. Om 5 uur begon de champagne sunset waar hotelgasten in het café naar de ondergaande zon kunnen kijken onder het genot van een glaasje champagne. De eerste dag had ik daar leuk contact met een Japans stel dat een tijdje in New York gewoond had. De tweede dag klepte ik gezellig met een groep Amerikanen die net aangekomen was en hun ogen uitkeek. De eerste dag was het lekker weer, maar af en toe wat bewolking (de sunset was overigens wel heel mooi). De tweede dag was het helder en stralend weer. Ik heb een fiets gehuurd (het enige wat een beetje minder was op deze plek want ze hadden niet zulke goeie fietsen), en ben naar de andere kunstwerken gereden. Eerst naar het art house project dat op het eiland is waar vier lokale huizen door kunstenaars veranderd zijn in kunstwerken. Daarnaast wordt kunst tentoongesteld op allerlei andere plaatsen. Sommige werken waren heel mooi, andere wat minder. Maar het lopen door die nauwe straatjes aan de haven en iedere keer weer verrast worden door iets bijzonders was een genot om mee te maken. Ik heb urenlang rondgelopen op enkele tientallen vierkante meters, alvorens weer op de fiets te springen naar de volgende kustlocatie. Zo ging dat maar door, van plaatsjes tussen huizen, naar de haven, naar het strand, naar de voormalige kapperszaak die in een galerie veranderd was etc. Het was een feest om hier te zijn. Je kan als hotelgast tot 's avonds tien uur door het museum lopen en 's ochtends vroeg ook voordat er mensen komen (ik moest er trouwens sowieso doorheen om m'n kamer te bereiken).
's Avonds heb ik kaiseki gegeten in het restaurant. Dat was absoluut de duurste maaltijd (wel 60 Euro) die ik me in deze vakantie heb gepermitteerd. Maar het was heerlijk en het was allemaal zo af dat ik me nauwelijks een plaats kon voorstellen waar het leven nog beter kon zijn op dat moment dan hier. Ik had dolgraag - alweer - nog een nacht gebleven, al was het maar omdat ik ook nog wel even op het zeer ruime balkon dat voor m'n kamer lag had willen zitten. Daar was geen tijd meer voor. Ik moest naar Kyoto. De volgende ochtend dus ingepakt en naar de boot. De boot was aan de late kant en de trein sluit slecht aan. Een Francaise en ik wilden allebei die trein halen. Die boot lag nog niet aan de kade in Unoport, toen wij onder het touw doorkropen en eraf sprongen en naar de trein renden. Helaas, hij was al vertrokken. Er restte ons weinig anders dan ofwel wachten (en het risico lopen dat we het feest in Kyoto zouden missen) ofwel samen een taxi nemen naar Okayama. Dat hebben we maar gedaan (bijna een uur in een taxi is kostbaar in Japan, maar met z'n tweeën ging het wel). Ik was dus op tijd in Kyoto, ben ingecheckt in mijn ryokan en meteen weer weggegaan.
Kyoto parade1 kleink10-S1-036A
Kyoto parade 2 klein
Ik liep de straat op en daar kwam de parade aan. Met m'n neus in de boter dus. 2000 mensen - een fantastische optocht. Ik moet hier stoppen want m'n internettijd is op en er staan mensen te wachten. Over een paar dagen weer een vervolg van Kyoto. Liefs voor iedereen.

 

29-10-2009: De laatste dag alweer in Kyoto en de voorspelde regen is uitgebleven. De afgelopen dagen waren ook droog met af en toe wat wolkenvelden en verder zonnig. Een flinke verkoudheid, begonnen met een ontstoken keel, heeft me even te pakken gehad. Dat viel niet mee in een land waar je neus snuiten not done is. Met enige regelmaat bivakkeerde ik op de wc voor andere bezigheden dan die ik daar normaal verricht. Als er geen toilet in de buurt was en het ging echt niet meer moest ik nodig m'n veter van m'n schoen even strikken en voorovergebogen achter m'n haar in een hoekje pakte ik dan snel even m'n zakdoek. Het is nog steeds niet helemaal over maar wel een stuk beter in ieder geval. Ik was dolblij dat ik Nasivin had meegenomen, want anders was het een stuk erger geweest. M'n energieniveau was hier wel wat minder door dat virus. Ik ben maar wat gaan shoppen, dat leidde tenminste af. Na veel wikken en wegen een paar schaaltjes en sakesetje gekocht. Het is heel klein als je het bij elkaar zet, maar door al dat bubbeltjesplastic en de doos eromheen is het bij elkaar weer een tas vol. M'n verzameling folders en boeken groeide ook gestaag. De 27e wisselde ik van hotel en omdat ik voorzag dat het een probleem zou worden om alles de bus in te krijgen, bracht ik de 26e alvast een deel naar het station, waar ik het in een locker opsloeg. 's Avonds zou ik mijn vrienden zien en die hadden gezegd dat ze wel het e.e.a. mee naar Nederland zouden kunnen nemen. Ik voelde me een beetje bezwaard toen ik die avond met een zeer volle boodschappentas naar hun hotel liep en had eigenlijk verwacht dat ik wel iets mee terug zou moeten nemen. Ik was zowel verbaasd als blij toen bleek dat ze een behoorlijke tas bij zich hadden voor mijn spullen en ik vond het helemaal reuze lief dat ze eind van de avond toen ze - na even bij mij in het hotel te hebben gekeken - nog een extra tasje met wat kleren meenamen. Ik kan nu tenminste weer gewoon lopen en het openbaar vervoer in hier, met nu nog maar drie tassen (waarvan een kleintje) en een koffer. We hebben 's avonds heerlijk gegeten op de bovenste verdieping van het hotel van mijn vrienden dat een restaurant heeft waar je boven de stad kunt uitkijken en dat langzaam ronddraait. Het was aangenaam bijpraten over de wederzijdse belevenissen van de afgelopen tijd. Sinds weken ook weer eens wijn gedronken wat goed smaakte. Vanuit het restaurant zagen we een hoge pagode in de verte waarvan we niet wisten welke het was. De volgende dag ben ik daarnaar op zoek gegaan en het is vermoedelijk de To-ji pagode geweest, de hoogste pagode van Japan. Bij avond in de verte zag dat er erg mooi uit maar van dichtbij viel 'ie nogal tegen. De pagode staat niet alleen, maar er staan verschillende tempels omheen die vrijwel allemaal gemaakt zijn rond de 8e eeuw en gebruikt worden voor het Shingon Boeddhisme, de stroming waarvan de "hoofdzetel" (als je dat zo kan noemen) in Koyosan is waar ik eerder was. Kyoto is een stad van tempels en je kan er eindeloos veel bezoeken hier. Ik heb naast het hiervoor genoemde tempelcomplex ook de zilveren tempel bezocht in een prachtig park, de Kiyomizutempel die langs een route voerde waar de belangrijkste keramiekwinkeltjes lagen (kwam dat even goed uit) en de Sanjusangen-do tempel waar ook mijn vrienden waren geweest en van aangaven dat deze bijzonder was vanwege de letterlijk 1001 Boedhabeelden (allemaal uit de 12e en 13e eeuw) die in de tempel staan. Het was indrukwekkend om dat bij elkaar te zien. Toen ik vanochtend wakker werd, had ik regen verwacht of op z'n minst bewolking (volgens het weerbericht van gisteravond). Het was 8 uur en ik keek naar boven en zag een stralend blauwe lucht. Als een haas zoefde ik de douche door en een half uur later stond ik buiten op weg naar de gouden tempel. Bij de bushalte voor de gouden tempel
Kyoto gouden tempel klein 07-S1-025A
stond een hoeveelheid mensen waar drie bussen mee gevuld konden worden. Het is nogal een eind uit de buurt die tempel en ik zag er niets in om een half uur te wachten en nog eens een uur in een bus te staan, dus ik schoot een taxi in. Om half 10 stond ik voor de gouden tempel. Hij is heel bijzonder om te zien ook al weet ik dat het een perfect uitgevoerde replica is van het origineel (de originele is afgebrand in de vijftiger jaren van de vorige eeuw). Dat zou nog eens een handig argument kunnen zijn voor de vrienden van de Amsterdamse binnenstad om een aantal gebouwen zoals de Haringpakkerstoren terug te bouwen... In ieder geval was het een genoegen om de afbeelding op de foto die ik al meer dan een jaar als wallpaper op mijn pc heb eindelijk eens echt te zien. Het blijft een bijzonder ding, vooral als je de reflectie in het water ziet als de zon schijnt. Ik was blij dat ik vroeg gegaan was, want er gebeurde precies hetzelfde als gisteren: na een paar uurtjes trok de lucht dicht en was het afgelopen met de zon. Het blijft tot nu toe - zoals gezegd - wel droog en het is aangenaam warm, maar een beetje zon maakt alles wat je ziet net even helderder.
Morgen vertrek ik hier en dan blijf ik nog drie dagen in Nara en een dagje in Osaka. Dan is het afgelopen met de pret en kom ik naar huis. Ik weet niet of ik in Nara nog een internetcafe vind, dus dit kan voorlopig weer even het laatste zijn. Als ik thuis ben sluit ik het verhaal nog even af voor iedereen. Groet en liefs voor iedereen.

 

4-11-2006: Het is midden in de nacht en ik ben thuis. Rond half tien gisteravond viel ik om van de slaap (het was inmiddels half vijf in de ochtend voor mij) en ging ik onder zeil. Nu is het even voorbij vier uur in de ochtend en zit ik klaar wakker achter m'n bureau. Na de komende nacht zal dat wel over zijn.
De laatste dagen in Japan waren ook zeer aangenaam. Vanuit Kyoto was Nara maar een uurtje met de trein. Ik zocht daar m'n ryokan op en ging er weer op uit. Nara is kleinschaliger dan Kyoto en heeft een aantal bijzondere tempels. De eerste die
Nara houten gebouw klein
ik bezocht was de Toda-ji tempel, het grootste houten gebouw ter wereld dat een enorme bronzen Boedha huisvest. De tempel staat alleen op een open terrein en het is echt een gigantisch bouwwerk (voor iets van hout). Op sommige plaatsen kan je snel uitgekeken zijn als je er langs en omheen loopt, maar dit was zo'n tempel waar ik rustig op een afstand een half uurtje voor bleef zitten om op te nemen wat je ziet. Ik had een fiets gehuurd die dag. Japanners hebben niet echt sjoege van toeristen met lange benen. Je hebt voortdurend het gevoel op een kinderfiets te zitten. Als je op de weg rijdt is het ook behoorlijk eng af en toe omdat het lijkt alsof je er af geblazen wordt door het autoverkeer. Het is dan ook algemeen geaccepteerd om op de stoep te fietsen iets waar ik als wandelaar minder dol op was. Op de fiets dus, ben ik doorgegaan naar tempel 2 waar duizenden lantaarns staan en hangen. Daar hoorden ik het geluid van de monniken weer zoals ik dat gehoord had in Koyosan en dat, als het goed is, op de CD staat die ik bij me heb. Ik bezocht andere dagen nog wat tempels en werd toen tempelmoe. Tijd voor wat anders: het fotografiemuseum dat gewijd is aan de fotograaf Taikichi Irie die, geboren in Nara, prachtige foto's heeft gemaakt van deze plaats en de omgeving. Daar zie je de tempels zoals je zou willen dat je ze zelf zou kunnen fotograferen. Met het mooie weer dat ik steeds had, bracht ik ook nog een paar aangename uurtjes door in het park waar - alweer - herten vrij rondlopen. Op de fiets suisde ik vrolijk een heuveltje af en er staan wel overal waarschuwingsborden voor overstekende herten, maar hoe onverwacht die beesten kunnen oversteken, merk je pas als er bijna twee aanrijdt. Ik kwam slippend tot stilstand en was meteen een heel stuk alerter. Mijn ryokan had een schitterende tuin en mijn kamer lag midden voor die tuin. Als ik tegen half vijf zo thuis kwam installeerde ik me in serre met de deuren wijd open en ging ik bij een bakje groene thee kijken naar de ondergaande zon in het prachtige avondrond. Het hotel lag midden in het centrum maar in een stille straat en omdat het volledig ommuurd was met die tuin in het midden, leek het op zo'n moment alsof je een eeuw vroeger leefde. 's Avonds ben ik twee keer gaan eten in het lokale aalrestaurant. Voor de bereiding van aal heb je specialiteitenrestaurants, en daar had ik wel van gehoord, maar ik was er nog geen een tegen gekomen. Hier werd dat goed gemaakt en het smaakte heerlijk.
Voor de laatste dag ging ik naar Osaka. Ik stapte daar na een treinreisje van 50 minuten uit de trein en nog voor ik goed wel op het perron stond vroeg een dame of ze me kon helpen. Nou, m'n hotel dus, dat hier ergens aan het station vast moest zitten. Ze zocht het uit en bracht me er helemaal naar toe. Ik weer uitgebreid bedankt en zij lachend weg. Ik had een
Osaka klein
uitstekende Japanse kamer acht hoog en keek uit over Osaka. 's Middags wilde ik nog even naar het aquarium waarvan iedereen had gezegd dat ik daar naar toe moest omdat het een van de grootste in de wereld is. Dus ik liet me uitleggen door het hotelpersoneel hoe ik daar moest komen. Ik loop naar de metro en sta even op de borden te kijken of ik de metro naar links of naar rechts moest nemen en prompt staat er een man naast me of hij me kan helpen. Tuurlijk. Die man moest dezelfde kant op als ik, dus hij nam me gezellig mee. Onderweg kletsen over zijn winkel en waar hij vroeger woonde (Kobe) en hij zei dat 'ie nu naar huis ging en dat hij warme broodjes bij zich had en of ik dat kende. Ik snapte niet helemaal wat hij bedoelde dus hij liet het me zien. Zes van die mooie witte broodjes met vlees erin in een gebaksdoos. Prompt pakt hij er een uit en geeft die aan mij in een zakje zodat ik straks wat te eten heb. Ik probeer dat soort dingen altijd even tegen te houden (die man koopt er tenslotte zes voor zijn eigen familie), maar als zo'n man dan duidelijk maakt dat hij dat graag wil geven, neem ik dat ook aan. Eten op straat doe je niet in Japan, maar ja, ik was op weg naar het aquarium en daar zag ik mezelf ook niet in een broodje happen. Dus een stil trappetje gevonden ergens en daar lekker dat broodje opgepeuzeld, terwijl het nog warm was. Het aquarium was interessant en groot, maar ik ben toch niet zo dol op dit soort dingen merk ik. Het is gewoon een dierentuin voor vissen eigenlijk en het is wel bijzonder om te zien wat er allemaal leeft, maar het is niet de natuurlijke omgeving voor die beesten. Na twee uurtjes ben ik er uit gegaan en heb ik een wandeling in het zonnetje gemaakt langs de haven van Osaka die heel imposant is. Lekker op een bankje nog wat zitten kijken naar de bezigheden daar en bedacht dat ik 24 uur later hier thuis zou zitten en dat alles vervlogen zou zijn in een droom. Maar wat voor droom uiteindelijk...
Ik heb een fantastische vakantie gehad in Japan. Ik vind het een geweldig land om rond te reizen en er is echt veel te zien. De mensen zijn buitengewoon aardig, ik vind het eten erg lekker, en het vervoer is uitstekend. Het enige dat niet leuk is, is de Japanse televisie. Dat is RTL4, maar dan zonder de films die door RTL4 nog wel eens worden uitgezonden. Spelletjes en samoerai-soaps is wat je te zien krijgt. Er zijn zes van dit soort zenders en dat is alles. Er zijn geen buitenlandse zenders want die zitten op de kabel en daar moet je voor betalen en dat doet vrijwel niemand. Maar goed, televisie is het laatste wat je mist als je in Japan bent. Het schrijven van de blog vond ik ook grappig om te doen en alle reacties zowel op de blog als via de mail waren zeer welkom. Ik kon niet altijd overal op reageren want ik moest vaak onder druk snel schrijven omdat er mensen achter me stonden die ook op de pc wilden of omdat ik ergens in een kelder of op een zolder van een internetcafé zat waar het knap benauwd was soms. Dit is het einde van het verhaal. Binnenkort spreek ik jullie ongetwijfeld allemaal weer. Ik ga naar bed terug en morgenochtend eerst m'n katten halen. De kachel aan hier (ik ging met 20 graden weg uit Osaka) en terugblikken op zoveel genoegen. Liefs voor iedereen.

 

KLIK HIER om terug te gaan naar de vorige pagina

of

GA TERUG naar de eerste JAPAN-pagina