Mailkat
Japan

Reisblog Japan

25-9-2006: Afgelopen donderdag vertrokken met een rechtstreekse vlucht uit Amsterdam om half vier in de middag en de volgende dag Nederlandse tijd om half drie in de nacht aangekomen. In Tokio was het half tien in de ochtend. De douane was reuze vriendelijk. Alleen zoals gebruikelijk in Azië meteen verbazing over mijn alleen reizen: "Just you?", riep de man... Trein genomen naar het Ueno station in het hart van Tokio en daar een taxi die me in vijf minuten naar mijn hotel bracht. Eerste dag uiteraard een beetje moe, vanwege het overslaan van de nacht, maar de volgende avond vroeg naar bed en 12 uur achter elkaar geslapen. Toen was ik weer helemaal in orde. Ik ben al twee dagen flink de hort op. Ben de derde dag naar het National Museum geweest en naar het Ueno park waar het heel leuk en ontspannen was. Prachtig weer hier. Een dag eerder naar een antiekmarkt en naar het stadhuis (dat lekker hoog is en twee torens heeft; met een lift kan je naar de hoogste verdieping) en daar nog flink omheen gelopen om het gebouw een beetje op de foto te krijgen. Mijn voeten doen zeer van het lopen de hele dag (heb al een dikke blaar), maar met een hoop vaseline erop gaat het wel weer. Ik heb een uitstekende kamer, ik zou moeten zeggen: twee kamers, een zit/eetkamer met ijskast en tv en een slaapkamer. Aparte badkamer en een aparte wc en een gangetje. Reuze aangenaam allemaal, behalve dat ik heb zitten spelen met de afstandsbediening van de tv (kan het allemaal niet lezen wat erop staat) waardoor dat ding vannacht om half drie ineens vanzelf aan ging...
Ik zou vandaag naar Nikko gaan, maar dat heb ik laten varen. Het programma was te ambitieus. Tokio is een enorme stad met 12 miljoen inwoners dus alles kost gewoon wat meer tijd om ergens te komen. De eerste middag ben ik achter een busticket voor Matsumoto aan geweest en dat was niet eenvoudig te vinden. Heel aardige mensen brachten me van de een naar de ander tot ik ergens in een gebouw in een kantoortje eindigde waar ik dat ticket kon kopen. In de metro ontmoette ik een zwarte Amerikaan. Hij was samen met een Japanner en vroeg hoe ik de mensen vond. Nou, aardig dus en ik dat verhaal vertellen van dat busticket. Hij moest lachen en zei dat hij blijkbaar iets verkeerd deed, want iedereen rende voor hem weg. Ik zei dat Japanners westerse mannen eng vinden. De laatste zomergast bij de VPRO, HenkJan Smits zei dat hij in Tokio geweest was en dat iedereen - als hij wat probeerde te vragen - voor hem wegrende waardoor hij na een tijdje in paniek raakte omdat hij de weg kwijt was. Je ziet hier ook geen ander volk dan of Japanners of een verdwaalde witte toerist zoals ik. Het leek me erg moeilijk voor die man om ergens alleen naar toe te gaan. Ik ben vandaag
Poppen1 klein 24-S1-0032
nog even naar Ueno Park terug geweest want daar vond het shinto ritueel plaats (elk jaar op 25 september) om poppen te verbranden die vrouwen een jaar eerder hebben ingeleverd als ze zwanger willen worden. Zonde van die mooie poppen, maar ik heb weer een hoop foto's gemaakt. Vanochtend eerst maar eens m'n treinticket voor Hakone gehaald anders kom ik er niet. Vervolgens door naar de wijk Asakusa waar leuke winkels zijn en vanmiddag laat naar Jimbocho om eens rond te neuzen in de antiquarische boekhandels. Ik baalde er ineens erg van dat ik geen Japans kon lezen. Wel een prachtig antiquariaat met ukiyo-e drukken gevonden. Ik kan het niet kopen, want ik ben nog bijna 40 dagen onderweg, maar die man levert ook via Internet. Ik ga eens rustig kijken op z'n website binnenkort. Ik heb een paar keer goed gegeten hier maar het restaurant was gisteren gesloten en mijn voeten wilden niet meer dus heb ik nu maar wat bij de lokale kant- en  klaarwinkel om de hoek gehaald. Heb overigens een zeer goed Japans ontbijt elke ochtend: soep (ze maken hier onovertroffen bouillon), rijst, zalm, en een stuk of zes prutjes die ik niet kan thuis brengen. Het is allemaal heel licht, ook het avondeten. Alles gaat dus goed, sjouw me rot met camera's en al, maar vind het reuze leuk hier.

 

27-9-2006: Regen. Daar begon de dag gisteren mee. Toen ik naar buiten liep bedacht ik dat het handig zou zijn m'n jas mee te nemen. Toen ik terug liep om m'n sleutel te halen, kreeg ik van de hotelstaf een paraplu aangeboden. Een heel stuk beter, want buiten was het evengoed nog behoorlijk warm en niemand liep met een jas. Ik begon de wandeling die ik wilde doen in de richting van de Meji shrine. Daar worden de zielen van de in 1912 overleden keizer en zijn vrouw geëerd. Een mooi park
Tempeltoegang Meji klein 28-S1-0023
eromheen en drie Torii's voor je er bent, waaronder de hoogste in Tokio. Vlak bij de ingang van de tempel staan tafels met een rooster erop. Mensen komen langs, gooien er een muntje in, klappen twee keer in hun handen, buigen en gaan weer weg. Dan kunnen ze nog op een houten plaatje een wens schrijven en aan een boom hangen. Ondertussen begon het steeds harder te regenen en ik wilde naar het Ota Memorial Art museum, dat helemaal gericht is op ukiyo-e. Er is een groot warenhuis in de buurt, dus ik besloot maar eens in m'n beste Japans aan een paar jonge meisje te vragen of ze dat kenden. En ja hoor, ik werd er weer helemaal heen gebracht. Eerst wezen ze gewoon waar het was en toen ik halverwege een leuk steegje zag en daar even in wilde, renden ze me achterna om me op het juiste pad te houden. Mensen zijn hier nergens te beroerd voor. Uiteindelijk doorgelopen naar het museum dat echt mooi was. Het is klein en bij de ingang moet je je schoenen uit doen en sloffen aantrekken om naar binnen te mogen. Als je in de buurt van de tatamimatten komt (waar je bij een bepaalde verhoging even op moet om iets goed te kunnen zien, moet je ook die slofjes uit doen. Zo wandel je dus muisstil door het museum. Ik moest er wel om lachen. In de westerse wereld werd vroeg herkend dat ukiyo-e kunst is, maar in Japan zelf hebben ze het heel lang als een aardigheidje gezien. En dan hangen ze nu toch in zo'n heel mooi museum. Ik liep met drie sleuteltjes in m'n zak inmiddels. Een voor m'n paraplu die je in een standaard zet en die je afsluit, een voor m'n rugzak en een voor m'n schoenen. Toen ik uiteindelijk het museum uitging na een prachtige net gepubliceerde catalogus te hebben gekocht, en ik m'n rugzakje uit het kluisje haalde, viel m'n camera op de grond. Toen ik er naar keek, dacht ik dat hij het wel overleefd had. Buiten gekomen bleek het echt te hozen. Ik een warenhuis in waar zo'n 40 kleine modewinkeltjes waren. Wat een prachtige mode hebben ze hier en wat een mooie kwaliteit. Maar ja, die vrouwen hebben allemaal maatje 32 of zo, dus het staat ze ook heel goed. Ik keek eens naar een sjaal met allemaal pauwenveren erop getekend. Meteen stond er een dame naast me met de drie andere kleuren waarin ze die sjaal ook had. Het was helemaal Oscar Wilde maar de 100 Euro die de sjaal kostte vond ik toch een beetje te bont. Terug in het hotel ben ik lekker gaan eten en 's avonds, net toen ik naar bed wilde, zag ik ineens dat het batterijlichtje van m'n camera brandde. Toen ik goed keek, zag ik dat de achterklep open stond. Meteen dicht gedaan en vervolgens geprobeerd de film terug te draaien. Dat lukte met heel veel moeite (hoop dat het niet ten koste van de film is gegaan want er stond nogal wat op). Uiteindelijk bleek de sluiting helemaal verbogen. Heb met een nijptang van het hotel nog geprobeerd de zaak recht te buigen maar het hielp van geen kanten meer. Een dag eerder had ik een filmpje gekocht van 1600 asa in een fotozaak en daar in de etalage had een Leica body gestaan. Ik had me daar nogal over verbaasd want dat is niet een merk dat ik verwacht in Japan. In ieder geval besloot ik heel rap dat dit ofwel het einde van het fotograferen was met losse lenzen (ik heb nog een kleine camera bij me), ofwel dat ik dat ding moest gaan kopen. Ik naar de winkel de volgende dag en aangewezen wat ik hebben wilde. Die man in de winkel sprak geen Engels en het is verrekte lastig uitleggen dan welke knop wat is, als dat net even afwijkt van wat je gewend bent. Uiteindelijk kwam er een klant bij die goed Engels sprak. Hij kon haarfijn vertellen wat wat was. Ik wilde testen of de camera goed was. Er werd een film in gestopt en ik ging buiten (alweer in de regen) plaatjes staan maken. Die werden onmiddellijk ontwikkeld en afgedrukt. Alles zag er puik uit, dus heb ik de body gekocht. Die man die goed Engels sprak gaf me zijn email voor het geval ik iets nog moest weten. Reuze aardig natuurlijk weer. Terug in mijn hotel op internet een handleiding gedownload van dit toestel. Dat maakte meteen de rest duidelijk. Op m'n kamer de zaak nog even doorgenomen en toen was ik het goed zat. De hele ochtend was opgegaan aan die camera en dat was niet de bedoeling. Ik heb alles in de rugzak gedaan, m'n pacsafe eroverheen gegooid, m'n spullen gepakt en ben naar het museum of modern art gegaan. Ik kwam de metro uit en
StationTokio klein-S1-0032
iedereen liep een bepaalde kant op, dus ik erachter aan. Stapte iedereen ook nog in een lift die onverwacht naar de vijfde verdieping voerde. Stond ik ineens middenin een kantoor waar gewoon gewerkt werd. Ik grijsde eens vriendelijk, riep "sumimasen" een ging pijlsnel de trap af, op weg naar het museum. Prachtig museum met voor de verandering kunst vanaf het begin van de 20e eeuw van vrijwel alleen Japanse origine. Dat was echt aangenaam. Trouwens, de wc's ook hier. Dit is de tweede keer in een openbare ruimte dat ik een geautomatiseerde wc tref. Je hebt allerlei knoppen naast je. De vrouwen hebben er hier een hekel aan om hoorbaar te plassen, dus plachten ze de wc eerst door te trekken waardoor het geluid wordt overstemd. Dat kostte zoveel water, dat besloten is in dit soort ruimtes wc's neer te zetten met een knop waarmee je een bandje kan laten afspelen met het geluid van doortrekken. Daarnaast heb je nog een knop om de wc als bidet te gebruiken zodat je vrolijk breed besproeid wordt, maar je hebt ook nog een knop waarop staat "spray". Die geeft een stevige straal op precies de plek die geacht wordt schoon te worden. Je kan de kracht van die straal ook nog regelen. Er zitten ook nog knoppen op om de wc vooraf helemaal schoon te maken en uiteindelijk zit er aan de zijkant in de muur een knop waarmee je kan doortrekken. O ja, en je zit tenslotte op een voorverwarmde bril. Aan alles is gedacht. Nadat ik om half zes in het museum gezien had wat ik wilde zien, heb ik buiten op de trappen van het museum nog even rustig zitten genieten van de ondergaande zon in Tokio. Het was droog, de wolken waren zacht rood en de avond was heerlijk. Vervolgens besloten om toch naar eens even langs Ueno station te gaan om alle laatste tickets voor treinen te kopen die ik nog vooraf zou kunnen reserveren. De rest moet ik steeds op de dag zelf kopen. Ook nu had ik weer een man die geen Engels sprak, maar we hebben het samen toch aardig gered. Het valt ook niet mee om te moeten uitleggen als je iemand aan de balie hebt staan die van station A naar B wil, er moet worden overgestapt en dat je moet vragen of je dat hier of daar wil doen, met als bijkomstigheid dat je op het ene station twee minuten hebt om over te stappen en op het andere drie. Ik floot eens tussen m'n tanden om aan te geven dat ik dat wel heel kort vond. Dus vond 'ie alsnog een andere route voor me. Toen ik uiteindelijk wegging, zes treinkaartjes rijker, renden mensen met de paraplu achter me aan die ik per ongeluk had laten staan. Wat wel opvalt hier is dat overal mensen staan die je verder kunnen helpen. Elk metrostation heeft bij iedere ingang/uitgang van dat station iemand zitten, op elk perron staat iemand die de zaak in de gaten houdt en kijkt of er geen mensen ergens vast zitten; overal is steeds hulp. In Nederland zouden we meteen roepen dat dit allemaal overhead is waar we in moeten snijden. Laten mensen het maar zelf uitzoeken. Maar ik vind het zeer aangenaam dat die mensen er steeds zijn. Ze spreken allemaal niet meer dan drie woorden Engels, maar zijn buitengewoon behulpzaam.

Nou jongens, dit was het voor nu even. Ik weet niet of ik morgen nog tijd heb voor een laatste bericht uit Tokio, want ik moet gaan pakken. Ik ga nu eerst naar Hakone waar ik een dag ben, en vervolgens door naar Matsumoto wat een reis is van 6 uur en daar blijf ik dan ook nog een hele dag. Aansluitend ga ik door naar Kamikochi en dat ligt in de Japanse Alpen. Ik weet niet waar ik weer de beschikking heb over internet, maar zodra het er is, laat ik weer van me horen.

 

8-10-2006: De laatste dag in Tokio wilde ik nog even langs de Diet, het Japanse parlement, maar dat ging niet door. Binnen zat de keizer en werd net het nieuwe parlement geïnstalleerd. Ik ben dus maar doorgegaan naar het Edo-Tokyo museum, een historisch museum over alleen Tokyo. Het meest trof me hier de periode van de 2e wereldoorlog. Wij weten allemaal van de atoombom, maar dat voordien Japan en vooral ook Tokio zwaar gebombardeerd is, was mij in ieder geval niet bekend. Er zijn duizenden burgerslachtoffers gevallen in de stad (in de nacht van 8 maart 1945, 100.000 mensen) mede omdat van de overheid mensen alleen de stad uit mochten als ze de juiste papieren hadden en dat duurde altijd erg lang voordat die geleverd werden. De beelden waren aangrijpend en ik liep nogal beduusd het museum uit, totaal vergetend dat ik m'n rugzakje in een kluisje had gedaan. Ik holde terug en was maar net op tijd om het er nog uit te halen. De volgende dag de trein genomen naar Hakone via het grootste treinstation van Japan - Shinjuku - wat in Nederland het meest te vergelijken is met Schiphol. Er zijn ook allemaal aparte treinmaatschappijen, dus je moet goed uitkijken waar je naar toe moet. Ik zou verblijven in een klein dorpje in de buurt van Hakone, Ohiradai. Het bleek inderdaad heel klein te zijn, zo klein dat ik daar de enige passagier was
Station Ohiradai klein 23-S1-0033
die uit de lokale boemel stapte. Een oude stationschef liep de planten water te geven en floot om het treintje weer te laten vertrekken. Buiten het station zocht ik op m'n kaart waar m'n ryokan ongeveer zou liggen, maar lang hoefde ik niet te zoeken. De eigenaresse van het hotelletjes kwam me al tegemoet. Ik stalde m'n koffer bij haar en ging er meteen weer vandoor om de middag te besteden aan een rondje Hakone. Eerst met de lokale boemel wat verder gereisd, toen overgestapt op de cable car en aansluitend in de ropeway van waaruit ik hoopte Mt. Fuji te kunen zien. Zo mooi als het beneden in Hakone was, zo bewolkt echter was het boven. Mt. Fuji vertoonde zich niet. Ik probeerde het nog een keer door een boottochtje te maken (op een kitcherig piratenschip waar ik eigenlijk niet op gezien wilde worden) waarop je vanaf het meer bij helder weer de berg nog te zien krijgt, maar ook daar was 'ie onzichtbaar. Als troost heb ik de Torii maar gefotografeerd waar hij achter moet liggen. Terug in de Ryokan bleek ik een prima kamer te hebben. De badkamer was op de gang en had een heel mooi buitenbad. De badcultuur in Japan is tamelijk bijzonder. Soms kan je een bad alleen gebruiken zoals in deze ryokan (dan reserveer je een bepaalde tijd) maar heel vaak ook zit je met een groep vrouwen tegelijk in de badkamer. Je kleedt je uit, gooit je spullen in een mandje, pakt je handdoekje en gaat naar het badgedeelte. Daar neem je plaats op een laag stoeltje (nadat je je medebadderaars vriendelijk hebt toegeknikt) en ga je je wassen. Flink veel zeep gebruiken en stevig poetsen onderwijl bakken water over je heen gooiend. Tenslotte spoel je je goed af en als je helemaal schoon bent, ga je het echte bad in, dat meestal loeiheet is. Je zit dan met z'n zessen of zevenen in zo'n bad en iedereen kletst er vrolijk op los. Na een kwartiertje stap je er als een kreeft uit, droog je je af en kleed je je in een yukata, een soort kimonokamerjas die je met een band om je middel sluit en waarover je als het koud is, een bijbehorend jasje draagt. Je baddert doorgaans voor het avondeten en het is normaal om in je yukata aan tafel te gaan. In ryokans krijg je meestal je eten op de kamer geserveerd, maar soms is er ook een restaurant en dan zit iedereen in dezelfde yukata te bikken. Je draagt in een ryokan of minshuku nooit je eigen schoenen, maar slippers van het huis. Als je op de tatamimat komt doe je die ook uit en loop je op je sokken. Bij de wc doe je de huisslippers uit en de wc-slippers aan. Als je van de wc af komt moet je meteen weer overstappen. Er is een spreekwoord in Japan dat zegt "met je schoenen aan iemands huis betreden", wat zoveel wil zeggen als super onbeschoft zijn. Er wordt zwaar getild aan het juiste schoeisel voor de plaats waar je bent. Voor de yukata geldt verder nog dat je 'm links over rechts moet sluiten. Andersom doe je alleen als er
Bad klein 23-S1-0037
iemand dood is. Verder zijn er natuurlijk talloze regels, maar buitenlanders wordt niet kwalijk genomen als ze iets niet goed doen, met een paar uitzonderingen: je mag nooit je neus snuiten in het openbaar, dat is in Japan het smerigste dat er bestaat en je mag nooit je eetstokjes in de rijst rechtop zetten, want dat betekent dat je de doden wil voeden. Enfin, in Hakone kon ik de badkamer boeken voor eigen gebruik. Het bad (waar altijd heet water in klaar staat) was overdekt en grensde aan een klein tuintje met een schutting eromheen, waardoor je - zoals op zoveel plaatsen in Japan - in feite in de buitenlucht baadt. Uiterst aangenaam en nooit last van beslagen spiegels. Had ik in Tokio nog gewoon 's avonds in het restaurant gegeten en meestal een overzichtelijk aantal bakjes eten gehad, in Hakone en alle andere hotels waar het diner bij de kamer was inbegrepen werd flink uitgepakt. In het begin was ik perplex. Er bleven maar schaaltjes aangevoerd worden met eindeloze hoeveelheden kleine sierlijk opgemaakte lekkernijen. Het toppunt hiervan maakte ik mee in Matsumoto, waar ik in een ryokan 15 gangen van gemiddeld 3-4 gerechten kreeg. Er was een speciale menukaart voor me gemaakt maar aangezien ik die niet kon ontcijferen, had ik alleen aandacht geschonken aan het mooie papier waar het op geschreven was. Na de 7e gang vroeg ik eens waar we ongeveer zaten in het menu en zag ik dat ik pas op de helft was. Ik heb met name daar tamelijk veel gegeten maar wat erg prettig is met het Japanse voedsel is dat je na een uur helemaal niet meer voelt dat je zoveel op hebt. Masumoto was de plaats waar ik heenging na Hakone. Er was afgesproken dat ik opgehaald zou worden door het hotel bij het
Bus naar Matsumoto klein 22-S1-009A
busstation. De bus was ruim 10 minuten eerder in Matsumoto dan verwacht en er stond niemand met een bordje met mijn naam erop te wachten. Ik had de receptionist in Tokio gevraagd even door te geven aan de ryokan in Matsumoto hoe laat ik zou arriveren en ik wist ineens niet zeker of hij erbij had gezegd dat ik met de bus zou komen. Het treinstation lag schuin aan de overkant dus ik besloot daar maar eens een kijkje te nemen om te zien of er iemand stond. Helaas niemand te zien. Ik zag wel veel taxi's staan, dus het alternatief lag voor de hand. Toch nog maar even teruggelopen naar het busstation. Nog steeds niemand. Op een gegeven moment zag ik een klein wit busje staan wat me typisch een hotelbusje leek. De neus stond vlakbij een boom, dus ik liep er omheen en ging een paar meter er vanaf met m'n tenen op de stoeprand staan en boog wat voorover om de aandacht te trekken van de chauffeur die duidelijk opgewonden zat te bellen. Ineens zag hij me en schoot hij in z'n stoel omhoog ongetwijfeld het Japanse equivalent van "ik zie d'r" uitkraaiend. Hij vloog de auto uit en zei, me half buigend tegemoet komend, "Oranda, Oranda?". "Hai, Oranda" zei ik lachend. Hij was helemaal blij en ratelde opgetogen in het Japans tegen me aan terwijl hij ondertussen m'n spullen in de auto zette. Hij reed langs het kasteel waar ik de volgende dag naar toe zou gaan terwijl ik aangaf dat ik ook naar het Ukiyo-e museum wilde. Drie woorden Engels van hem en 1 Japanse van mij en we kwamen een heel eind. Hij vroeg m'n naam en probeerde het uit te spreken: "Rieke". Ik deed voor hoe je een L moest uitspreken, maar dat ging er niet in. Vlak voor we de heuvel opdraaiden waar de ryokan stond, maakte hij verbinding met het hotel. Een hoop Japanse tekst en ineens "...miss Rieke...", gevolgd door meer Japanse woorden. Het was duidelijk: m'n komst werd aangekondigd. Hij bereikte de top van de heuvel en drie dames in kimono en een jonge vrouw in hedendaagse kleding verwelkomenden me. Ik vond het wel leuk allemaal. Ik wilde m'n kleine rugzakje uit de auto meenemen en nog wat losse tassen, maar het werd afgewimpeld en ik werd meegetroond naar binnen. Vlak voor ik de deur doorging, keek ik om en zag ik een van de dames in kimono m'n rugzakje uit de auto halen en behendig over haar schouder werpen. Ik werd neergezet op een luxe bank in een aangename ruimte en kreeg thee met wat lekkernijen. Met z'n vieren stonden ze om me heen om te zien wat ik ervan vond. De jonge vrouw sprak behoorlijk goed Engels. Ze wilden m'n hele reisprogramma weten en of ik echt helemaal alleen reisde. Alles werd meteen vertaald voor de kimonodames die verbaal en nonverbaal vrolijk commentaar gaven.

Na een kwartiertje werd ik naar m'n kamer gebracht die er heel goed uit zag. Ik kreeg m'n yukata en de plaats van de badkamers werd me getoond (ik had overigens hier ook een privé badkamer) en ik werd alleen gelaten om me voor het eten op te frissen. Ik hing m'n kleren uit en pakte m'n spullen om naar de badkamer te gaan. Prompt verdwaalde ik in de gangen, waar een complete waterpartij doorheen liep, voorzien van bruggetjes. Ik kwam een jong meisje van de bediening tegen die me de weg wees. Later heb ik nog een tijd met haar zitten praten. Ze bleek Chinese te zijn en studeerde radiologie in Japan. Ook de jonge vrouw die me aan het begin verwelkomend had bleek een studente te zijn, in haar geval, architectuur. Ik heb al kletsend een paar leuke uurtjes met haar doorgebracht. Ik vond de badruimte hier prachtig, maar ik had op dat punt nog niet veel gezien in Japan. Dagen later, toen ik op een slaapzaal bivakkeerde met meerdere mensen waar alles zeer basic was, bleek ook hier de badkamer perfect te zijn. Het diner dat ik die avond kreeg heb ik hiervoor al beschreven. De kwaliteit van het eten was absoluut top. Op de 2e dag zat er een likje kaviaar bij (heerlijk) en een paar stukjes o-toro, vette tonijnbuik,
Bed klein 22-S1-012A
wat het beste deel van het beest is en op je tong smelt zo zacht is het (je hoort tonijn eigenlijk niet meer te eten omdat 'ie dreigt uit te sterven, maar ja, als het op je bord ligt...). Na het eten werd m'n futon uitgerold en een klein lampje naast m'n bed gezet. De futon was lekker dik en ik sliep als een roos. Voor het slapen gaan werd me gevraagd of ik 's nachts nog iets wilde eten. Ik moest er even niet aan denken. Het ontbijt was de volgende ochtend ook weer een feestje, maar om half 10 precies stond ik buiten om naar het museum te gaan. Ik werd naar het station gebracht vanwaar ik een taxi nam. Het museum ligt in een buitenwijk die niet per openbaar vervoer bereikbaar is. Het museum was weliswaar een groot gebouw, maar de tentoonstellingsruimte was niet groter dan die van het Ota Memorial Art museum in Tokio. De afbeeldingen waren weer prachtig. Toen ik halverwege de tentoonstelling was, werd er iets in het Japans omgeroepen en stiefelde iedereen de zaal uit. Ik erachter aan. Het bleek dat de conservator een diavoorstelling had samengesteld over het onderwerp waar de tentoonstelling over ging en hij deed dat tweetalig. Ik was weliswaar de enige buitenlandse maar dat vormde geen enkel probleem. 
Kasteel klein 16-S1-020A
Kasteel tekenen klein 16-S1-013A
De rest van de middag besteedde ik aan een bezoek aan het 16e eeuwse kasteel van Matsumoto. Ik was de poort nog niet door en wilde even de brochure lezen, toen er een dame op me afstapte die officieel gids was en me graag (gratis) wilde rondleiden. We pikten nog een Amerikaans meisje op en gingen het kasteel door. Er zijn weinig kastelen bewaard gebleven in Japan en dit is een van de oudste en best geconserveerde. Er is een periode geweest aan het begin van de 20e eeuw, waarin iedereen vond dat alle oude troep weg moest en alles vernieuwd moest worden. Een soort Japanse culturele revolutie. Er is toen wat verloren gegaan... Aan het eind van de middag begon het wat te regenen en nam ik een taxi terug naar m'n ryokan. Ik kwam binnen en een van de kimonodames besloot me eerst met thee en lekkers op de bank neer te zetten om me daarna les te geven in de theeceremonie. Ik leerde hoe je de theepoeder moet klutsen in de theekop, met een speciale kwast (van voor naar achteren en af en toe opzij) en hoe de kop gedraaid moet worden en midden op je hand moet staan voor je drinkt om 'm daarna weer twee slagen precies terug te draaien. De thee
Kamikochi klein
schuimt en smaakt enigszins bitter. Ik had nog een aangename avond en werd de volgende ochtend naar het busstation gebracht voor m'n trip naar Kamikochi, maar niet voordat ik met iedereen op de foto was gegaan. Het regende inmiddels en dat zou de rest van de dag alleen maar erger worden. Kamikochi, hoog in de Japanse Alpen, zag er troosteloos uit. M'n kamer hier was een slaapzaal waar ik dagen lang de enige was, wat ik uiteraard wel best vond. Na de eerste dag kwam de zon door en werd het prachtig weer. Ik heb twee dagen heerlijk gewandeld in de bergen. Een keer kwam ik een Duitse jongen tegen die in China studeerde en even een uitstapje naar Japan maakte. Hij was gaan hiken 's ochtends, maar het pad werd na een paar uur zo steil en zo smal dat hij het onverantwoord vond om door te gaan. Ik keek eens naar de bergen om ons heen en dacht aan de mannen die na gecrasht te zijn met hun vliegtuig 72 dagen in de Andes doorbrachten en toen er geen hulp kwam twee mensen erop uit stuurden om over de bergen te klimmen met totaal geen uitrusting, terwijl er ook nog sneeuw op de toppen lag (in Kamikochi valt dat pas weer in november). Ik vond het al lezende een onvoorstelbare prestatie, maar hier met m'n neus vlak voor die hoge bergen, vond ik het nog veel onbegrijpelijker hoe ze dat gedaan hebben.
Op de laatste dag in Kamikochi, toen ik naar m'n hotel terugwandelde, zag ik ineens een groepje apen (Makaken) de weg
Aap klein
oversteken. Van m'n mijn verblijf in India wist ik dat je uit de buurt van apen moest blijven want ze kunnen gevaarlijk zijn. Maar ze waren heel rustig, dus ik m'n fototoestel tevoorschijn gehaald. Beesten gaan altijd met hun rug naar je toe zitten als je ze op de foto wil hebben, dus ik klakte wat met m'n tong om de aandacht van eentje op een veilige afstand van zo'n meter of vijf te trekken en kijkend door m'n lens passeerde ineens op 50 cm. afstand een stevige aap, die langsliep alsof 'ie even wilde weten wat ik aan het doen was. Ik schrok ervan. Toen ik bij m'n hotel kwam een paar uur later zag ik ineens weer een paar Makaken. Ik wrong me in allerlei bochten om er eentje goed op de foto te zetten, maar het was al laat en die beesten waren rap weg als je te dichtbij kwam. 's Avonds in het hotel ontmoette ik twee heel aardige Japanse meisjes die vloeiend Engels spraken. Ik heb een tijd lang voor het slapen gaan met ze zitten praten over Japanse gewoonten versus Hollandse. Ze vroegen op een gegeven moment of ik de apen goed op de foto had gekregen. Blijkbaar waren m'n verrichtingen niet onopgemerkt gebleven. De volgende ochtend had ik nog een uurtje over voor ik wegging en liep nog een keer naar de brug over de Azumirivier. Ineens zag ik weer apen en terwijl ik ongeveer een half uur van een afstandje keek, zag ik zo'n zestig Makaken de brug passeren, sommige lopend over de brug, andere slingerend over de overspanning. Het was een fascinerend gezicht al deze beesten te midden van de mensen die ook de brug overstaken.
M'n volgende bestemming voerde me naar Nakao Kogenguchi. De minshuku hier was in alle opzichten uitstekend: mooie kamer, uitzicht op de bergen, heerlijk eten twee buitenbaden en een binnenbad. Er was maar een probleem: de mensen van mijn reisbureau zijn hier vast nooit geweest want dan hadden ze hier niet geboekt. Het lag niet op de aangegeven vijf minuten loopafstand van de bushalte, maar op 20 minuten over een weg die voornamelijk voor auto's bedoeld is en bovendien stijl omhoog voert naar de top van een berg. Zover hoefde ik uiteindelijk niet te lopen. De weg vanaf de bushalte lag onzichtbaar achter die berg, dus ik liep prompt verkeerd. Toen ik iemand aansprak en de naam van het hotel noemde, belde ze op en vijf minuten later werd ik met de auto opgehaald. De man van het hotel bracht me 's middags naar de Shin Hotaka kabelbaan die bij goed weer een spectaculair uitzicht over de Alpen geeft (de foto hierachter is bij uitzondering niet van mij; door de regen was op mijn foto’s niets te zien). Ik heb het heel even kunnen zien en toen begon het te regenen en trok alles razendsnel dicht. De volgende ochtend ging ik al weer verder, nu naar Ogimachi. Dit plaatsje is een soort
Ogimachi klein
Volendam. Het staat bij de Unesco op de wereld erfgoedlijst, maar het is daardoor ook bar toeristisch. Het is wel bijzonder om die oude huizen te zien (ik logeerde er in eentje), maar veel toeristen en toeristenwinkeltjes en slecht weer was een beetje te veel. Op de laatste middag schoot ik een eettentje in en bestelde een klein kruikje sake om warm te worden. Het was 17 graden en voor het eerst was ik blij dat ik ook warme kleding bij me had.
Vanochtend ben ik met de bus - nog steeds in de regen - vertrokken naar de plaats waar ik nu zit - Takayama en ik zat nog niet in de bus of de zon begon te schijnen. Ik ben net ingecheckt in m'n hotel en vroeg meteen of ze internet hadden en prompt werd een laptop uit de kast getrokken. M'n kamer ziet er uitstekend uit en heeft een westers bed. Morgen begint het festival, het weer is prima, dus ik kijk er echt naar uit. Welaan mensen, jullie zijn weer helemaal bij. Het zal duidelijk zijn dat ik in de kleinere plaatsen waar ik kom geen internet heb, dus na Takayama (ik blijf hier nog een paar dagen), wordt de volgende stop waarop ik vermoedelijk kan schrijven Hiroshima. Ik meld me weer.

 

KLIK HIER voor de volgende pagina