Mailkat
Laos

Rechtstreeks van Wattay airport komend, loop ik in Vientiane vlak voor sluitingstijd het kantoor van m'n reisorganisatie binnen. De directeur beent onmiddellijk met driftige stappen op me af: waar ik uitgehangen heb, hoe ik ze zo in het ongewisse heb kunnen laten, de positie van het reisbureau die ik in het geding heb gebracht, alle regelingen die ik op z'n kop heb gezet. Ik hoor het verbaasd aan tot het me begint te vervelen en ik terugkaats dat het met de huidige communicatiemiddelen in Laos nu eenmaal niet mogelijk is van enige afstand iets door te geven en dat ik verder niet zie wat zijn probleem is omdat eventuele moeilijkheden volledig op mij afgewenteld hadden kunnen worden. Hij bindt in en vraagt naar m'n permit. Om Sousath niet in de problemen te brengen zeg ik dat ik die weggegooid heb. Hij zucht en meldt dat hij m'n vlucht voor de volgende ochtend geannuleerd heeft omdat hij niet wist of ik nog kwam. "Ik zal je zelf naar het vliegveld moeten brengen morgen en kijken of ik een plaats voor je kan bemachtigen. Zorg dat je om zes uur klaar staat, dan haal ik je met de auto op" besluit hij.

Met een karoakebar onder m'n kamer komt die nacht weinig van slapen. Vermoeid sta ik de volgende ochtend om zes uur buiten en rijden we in een kwartier naar het vliegveld. Om vijf voor zeven hoor ik dat ik mee kan met het van origine Chinese vliegtuig dat om zeven uur vertrekt. In het toestel maak ik kennis met de enige andere buitenlandse aan boord, een Franse journaliste van Le Monde. We vergelijken onze reisprogramma's en ik kom tot de ontdekking dat het hare interessanter is en meer variatie vertoont dan het mijne. Meteen na aankomst stel ik daarom mijn route ter discussie. Het levert een benauwd gezicht op van de plaatselijke filiaalhouder van het reisbureau. Nadat ik t.b.v. de directeur een schriftelijke verklaring heb afgegeven dat ik zelf de beslissing heb genomen het programma te wijzigen, belooft hij me voor de nodige permits te zullen zorgdragen. De reis per auto voert naar het Bolaven Plateau dat zich ten noorden van Pak Se uitstrekt over de provincies Champasak en Salavan. Hier bezoeken we een aantal dorpen van Katoustammen waar volwassenen, maar ook opmerkelijk veel kinderen de waterpijp roken. De mensen in de dorpen zijn gewend aan bezoekers en gaan als ik langsloop, onverstoorbaar door met hun werk. Het vermoeden bekruipt me dat deze onverschilligheid voor een deel voortkomt uit de houding van de -
Koffiebonen klein

Dorp in het zuiden van Laos. Op de grond: koffiebonen.

zeer jonge - gids die bij me is. Hij doet alsof de mensen er niet zijn, dringt zonder iets tegen ze te zeggen hun territorium binnen en gedraagt zich alsof de koffiebonen die in de zon liggen te wachten op verkoop meer te melden hebben dan de bewoners. Zijn zielloze werk geeft me het gevoel dat ik van alles mis, zonder te weten wat. Het is hem niet aan het verstand te brengen dat ik iets anders van hem verwacht en hij zal de rest van de week tot m'n ergernis z'n ongenspireerde gedrag handhaven. Ook de saaie luxe van het afgelegen hotel-met-uitzicht-op-de-waterval, waar ik de nacht door zal brengen maakt me niet gelukkig. Verveeld staar ik naar de stroomversnelling in de rivier als plotseling twee olifanten m'n beeld en het water instappen. Ik grijp m'n camera en roep naar m'n gids. Tien minuten later zit ik boven op de rug van een van de twee beesten op weg naar het dorp waar ze thuishoren. Met hun grote poten plenzen ze door de stroomversnellingen in de Set-rivier en stappen ze gemoedereerd door de rotsachtige omgeving. Olifanten blijken overal in zuid Laos ingezet te worden voor het dagelijkse werk. Als ik een paar dagen later in de buurt van Champasak ban Khiat Ngone bezoek vertelt het dorpshoofd dat in het dorp 12 olifanten gehouden worden voor het vervoer van mensen en goederen en voor het werk op het land. In de wildernis rondom het dorp leven nog zo'n 150-200 olifanten in vrijheid. "Tot 1978", vertelt hij "werden olifanten in het wild gevangen en vervolgens afgericht. Zo'n jacht duurde soms meer dan een dag en strekte zich uit over tientallen kilometers. In 1978 werd een olifant opgejaagd waarbij we ongemerkt de grens met Cambodja passeerden. Daar liep de olifant op een mijn van de rode Khmer en was op slag dood, terwijl een van onze mensen gewond raakte. We zijn daar zo van geschrokken dat wij, maar ook de dorpen in de omgeving, opgehouden zijn met de jacht. Nu fokken we de olifanten en over een paar maanden verwachten we weer een geboorte." In de jungle in de omgeving lopen volgens het dorpshoofd nog veel meer diersoorten rond, waaronder tijgers. Ik voel me niet echt geroepen om hier verder de wildernis te ontdekken. De tocht voert me verder over de rivier de Mekong naar het diepe zuiden van Laos: een gebied van 4000 eilanden op een van de breedste punten die de rivier in haar hele loop van 4350 km heeft. Op de taxiboot die me in de richting van het grootste eiland, Don Khong, zal brengen,
Stoken LaoLao klein

Het stoken van lo lo, een sterke alcoholische drank.

ontmoet ik opnieuw de Franse journaliste. We nestelen ons voor zo'n acht uur tussen levensmiddelen en op de balen cement die de eilandbewoners uit de grote stad mee naar huis voeren. Als de avond valt, blijkt dat we het eiland niet voor donker zullen bereiken en dat de boot ergens zal moeten gaan aanleggen. Doorvaren is onmogelijk vanwege de lage stand van het water en de rotsen waar de boot op kan lopen. De afstand is echter maar enige tientallen kilometers van ons einddoel en het verlangen de volgende dag niet opnieuw te hoeven in- en uitpakken heeft de overhand. We besluiten bij ban Mounlapamok de Mekong over te steken naar ban Tapko. In het dorp huren we de enige beschikbare auto: een enorme truck met laadbak die ons 30 km verderop naar ban Hatxaykhoun brengt. Daar vinden we tenslotte een kleine boot die ons in een maanloos kwartier onder een schitterende sterrenhemel naar de aanlegsteiger van het enige hotel op Don Khong brengt in het dorp Muang Khong. Er zijn geen andere gasten aanwezig op deze plaats die tot mijn genoegen verstoken is van radio, en alles wat met "tele" begint. Elektriciteit wordt uitsluitend geleverd van 6 tot 9 uur 's avonds wat dan ook de tijd is waarop het water t.b.v. mijn douche de grond uitgepompt wordt naar het bassin op het dak van het hotel. De manager - een jonge man die het grootste deel van zijn leven als Laotiaans vluchteling in Australi heeft gewoond, meldt ons dat de avondklok is ingesteld in het eilandengebied. Rovers hebben een bus overvallen en er wordt een drukke klopjacht gevoerd om ze te pakken te krijgen. Niemand mag na 9 uur 's avonds en voor zonsopgang de deur uit. We zitten er niet mee. Er is geen plek op het eiland waar we ook onder normale omstandigheden na 9 uur 's avonds naar toe hadden gekund zo we dat gewild hadden. Ik laat me die avond de mokba die de kok voor ons heeft klaargemaakt - riviervis gebakken in bananenbladeren - goed smaken.

In de twee dagen die volgen verken ik de drie eilanden die in de koloniale tijd het meest van belang waren: Don Khong, Don Det en Don Khon. De eilanden hadden economische betekenis voor de Fransen en hun aanwezigheid heeft daarvan zichtbaar sporen nagelaten. Laos leverde Frankrijk vooral hout, dat in het noorden gekapt werd en over de Mekong werd vervoerd naar open zee. In zuid Laos stuitten ze echter op de grootste waterval van Z.O. Azi, de Khong Phapeng. Om die te passeren legden ze de
Locomotief klein

De door de Fransen achtergelaten locomotief op Don Khon

enige spoorlijn aan die Laos ooit gekend heeft: een verbinding die over Don Det en Don Khon loopt. In 1939 werd het land door het uitbreken van de 2e wereldoorlog verlaten door de Fransen terwijl de Laotianen geen belang stelden in de spoorlijn. Don Khong heeft de oude telegraafpalen nog staan die in gebruik waren zo'n 55 jaar geleden om de berichten over het vervoer door te geven. De klimop leeft er weelderig in. Spectaculairder is de onverwachte ontmoeting in het bos op Don Khon met de locomotief die achtergebleven is en midden tussen de begroeiingen staat. In de achtertuin van een van de bewoners, staat de wagen waarin de kolen gestookt werden. Ze is overwoekerd door onkruid en niemand kijkt ernaar om. De rails zijn allemaal in gebruik genomen als hekafzetting of bruggetjes op de eilanden. De enkele villa's die vroeger dienst deden als administratief kantoor zijn nu in gebruik als ziekenhuis en kantoor voor het plaatselijke schoolhoofd. Het is een vreemd gezicht deze keurige, witte, gesloten villa's tussen de bruine open huizen van de plaatselijke bevolking. Op Don Khon wil ik naar de zuidpunt van het eiland om met een boot de dolfijnen die daar in deze tijd van het jaar zichtbaar rondzwemmen, te zien. Niemand wil ons echter brengen: aan de overkant van de rivier ligt Cambodja en het gebeurt regelmatig dat vanaf de oever geschoten wordt op de passerende boten. Toch steekt de plaatselijke bevolking vanuit Laos af en toe de rivier over om met een speciale pas het grensgebied van Cambodja te bezoeken. Voor buitenlanders is deze mogelijkheid echter uitgesloten.

Terug in m'n hotel op Don Khong, praat ik met een oud kolonel van het leger vr de machtsovername door de Pathet Lao. Dertien jaar heeft hij doorgebracht in een heropvoedingskamp, maar als ik probeer door te vragen naar het hoe en waarom mengt de manager van het hotel zich in het gesprek. De materie ligt politiek te gevoelig: verkeerde uitspraken kunnen snel repercussies hebben in dit land en voorzichtigheid is daarom geboden.

De laatste dag in Laos bezoek ik 's morgens de indrukwekkende Khong Phapeng waterval. Ze ligt er verlaten bij als we met vier personen aankomen bij het kleine houten gebouwtje dat uitzicht biedt. In de nabije toekomst zal dat veranderen. Honderden bewoners in de directe omgeving van de waterval zijn van hun land gehaald en verplaatst omdat er een toeristenoord moet komen op deze plek. Het is een van de gruwelen voor de lokale bevolking waar toerisme mee gepaard schijnt te moeten gaan. De resterende uren brengen we door in Wat Phu, een rune van een Khmertempel in de buurt van Champasak die dateert uit de 6e eeuw. Ik verbaas me hier weer zoals op andere plaatsen in Laos, dat kleine archeologisch waardevolle beeldjes voor de bezoekers voor het grijpen staan zonder dat sprake is van enig toezicht. Op de veerboot (twee roeiboten waaroverheen brede planken en een stuurinrichting zijn
Waterval klein

De Khong Phapeng

gelegd) naar Ban Muang Kao eet ik m'n laatste portie Laotiaans voedsel: zwarte soyabonen in zoete melk en een rimpelige pannekoek die olifantsoor wordt genoemd en gemaakt is van rijstmeel en kokosmelk. Het staat nogal in m'n maag als ik de weg over rijd richting de grens bij Chong Mek voor de laatste 90 km in Thailand naar wat een race tegen de klok zal worden om de nachttrein in Ubon Ratchathani te halen.

Nog voor ik in m'n bed op het spoor in slaap dein, weet ik dat ik terug zal gaan naar dit land waar reizen nog avontuur betekent. En ik droom die nacht van verlaten wegen, dorpen met kleurrijke bevolking, lo-lo en wilde bospaddestoelen, een roep in de jungle en de immense uitgestrektheid van een schitterende sterrenhemel vanaf een bootje op de Mekong.

KLIK HIER om terug te gaan naar de vorige pagina

of

GA TERUG naar de eerste LAOS-pagina